Afdrukken
Categorie: Reacties
Hits: 323

Wat is Gnosis?

DeKennisdesLichts


De vraag: “Wat is Gnosis?" is niet eenvoudig te beantwoorden, want al noemt professor Quispel de Gnosis een wereldgodsdienst, toch vinden wij bij de verschillende groeperingen die we onder de naam Gnosis samenvatten, verschillende opvattingen en accenten. Wel zijn er diverse hoofdgedachten aan te wijzen die in alle groeperingen met meerdere of mindere nadruk aangehangen worden.
Letterlijk is het woord “gnosis” Grieks voor “kennis". Deze kennis, deze gnosis moet de mens verlossen uit de onwetendheid, en hem daardoor tot God en zijn oorspronkelijke bestemming terugvoeren.

In het Hermetische traktaat X 15 komt de aard van deze “kennis” als volgt naar voren:
God is niet onkundig van de mens, maar Hij kent hem zeer goed en wil
gekend worden. Dit alleen is heilzaam (zaligmakend) voor de mens: de
kennis van God; het is de opstijging naar de Olympus.”

En bij de Naässenen: "De kennis van de eerste mens is het begin van het kunnen kennen van God; het begin van de volkomenheid is de kennis ven de mens en de kennis van God is de volmaakte volkomenheid.”

Tenslotte uit de Valentiaanse school: "Kennis is het antwoord op de vragen: wie wij waren, wat wij geworden zijn; waar wij waren, waar wij in geworpen zijn; waarheen wij ons spoeden, vanwaar wij bevrijd zijn; wat de geboorte is, wat de wedergeboorte.”


Hoofdgedachten van de gnosis zijn:

Eeuwigheid


1. De eigenlijke, volkomen, volmaakte God kan niet de Schepper ven deze onvolmaakte wereld en deze onvolkomen     mensheid zijn. De wereld der onvolkomenheid is een schepping van een onvolkomen God; de demiurg.
2. Het stoffelijke, datgene wat zich aan onze gewone zintuigen openbaart, is het onheilige, waaraan de mens krachtens zijn lichamelijkheid onderworpen is. Het stoffelijke lichaam is een schepping van de demiurg.
3. De mens heeft echter ook iets in zich van de hoogste, de volmaakte God, waardoor hij behouden kan worden. God, door de gnostici bij voorkeur Vader genoemd, heeft iets van Zijn eigen Goddelijke Geest, het Pneuma, in de mens gelegd. Deze Geest is in de mens als een “vonk", een "druppel" of een "zaad” aanwezig; een kiem die nog tot ontwikkeling gebracht moet worden. Door deze vonk is de mens één met God. De pneumatische kern was pre-existent; hij was voor de schepping in God aanwezig. De vonk stamt uit de Vader en zal ook weer tot de Vader terugkeren.
4. Ten derde heeft de mens nog een zielenwezen. De ziel kan gezien worden als middelaar tussen Geest en stof. De ziel is de sfeer van begeerten en strevingen. Hierin beleeft de mens iets van vrijheid en keuze. De momentele staat-van-zijn van de ziel is echter, dat zij gevangen ligt in de stof en in de stofgerichte begeerten, terwijl zij moet komen tot een heil-begeren.
5. Hoe kan de mens nu uitgered worden? Het goddelijke beginsel in hem, de pneumatische kern, verkeert, door de gebondenheid aan de materie, in een onbewuste toestand; het slaapt, is zijn oorsprong vergeten. De verlossing nu vangt hierin aan, dat de geestvonk zich zijn afkomst gaat herinneren; hij moet weer ontwaken. Ontwaken tot de “kennis” van het wezen der dingen. (Joh. 17: 3 :”Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.”) De gnostieke heilsweg is een proces van zelf-bewust-wording.
6. De ontwaakte geestvonk tracht nu tot en in de ziel te spreken; de ziel moet bevrijd worden uit haar stof-gebondenheid, zij moet komen tot het heilbegeren. Zo zal de mens een proces van transfiguratie dienen te ondergaan, waardoor hij geheel bevrijd zal worden uit de wereld der waan. De verloren zoon zal vernieuwd, verlost, en verrijkt met een schat aan ervaringen terug kunnen keren tot zijn Vader.
7. De val: De concrete verschijnselen zijn projecties van verschijnselen uit een "hogere" wereld.

Professor Quispel zegt het zo:”wat op aarde geschiedt, heeft een hemels prototype, een Prolog im Himmel.”
Zo staat boven de concrete mens de pre-existente oermens. In plaats van op te zien naar het Hogere keek deze oermens omlaag en zag zich weerspiegeld in de materie (Vergelijk Narcissus. die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld en zich zo gevangen gaf in de materie, waar hij in zijn driften en begeerten zijn Hoge afkomst vergat.

In "Het Evangelie van de Pistis Sophia” heet het dat de Sophia: door God onvolledig geschapen was, opdat het zijn vervolmaking geleidelijk van de Vader ontvangen zou en het zich zou ontwikkelen tot een vrij, autonoom wezen, maar het maakte misbruik,van de vrijheid door eigenmachtig naar een volmaaktheid als die van de Vader zelf te grijpen en werd daarom in de materie neer gestoten.

8. Ook de Gnosis kent een Redder zoals de kerk. Bij de “christelijke” Gnosis is deze, natuurlijk, Christus geheten, terwijl hij bij de Mandeeërs Manda d 'Haije (Kennis van het Leven) genoemd wordt. Er is echter wel een belangrijk verschil tussen de Christus, zoals de kerk en de Christus, zoals de Gnosis die ziet. Is Christus voor de kerk voornamelijk de verlosser, die de mens van zijn zonden vrijmaakt. door deze zelf op zich te nemen, voor de Gnosis is Hij veeleer de boodschapper, van de Vader neergedaald om de mens het pad van verlossing te wijzen en voor te leven, om zijn pneumatische kern te wekken. Feitelijk ervaart de gnosticus ook geen verlossing van buiten af, maar hij heeft zichzelf in de verlosser, in Christus, geprojecteerd; er is een Christus in hem.
9. Gnostische geschriften houden zich vaak bezig met bespiegelingen over het wezen van de Vader. Maar in de Gnosis kan God niet omschreven worden; Hij is onnoembaar, daarom moet Hij beschreven worden in de dingen, die Hij niet is: God is onbegrensd, ondeelbaar, onlichamelijk, enz. Hij is “onbekende God”. Wel kan men veel vertellen over de eigenschappen Gods, maar deze zijn dan ook God zelf niet meer; het zijn emananaties van de Vader, die samen het pleroma, de gehele volheid Gods,vormen.
10. Op het einde der tijden zullen alle geestvonken weer tot de Vader terugkeren; “Het einde zal weer zijn zoals het begin geweest”. Het is echter niet zo, dat hier sprake zou zijn van een zinloze herhaling: de terugkerende geestvonken brengen een schat aan ervaring mee.
11. De eenheid is het volmaakte en veelheid is 'betrekkelijkheid; de delen begrenzen elkander immers wederzijds. Veelheid is een lagere graad van zijn. De Vader is de “Volstrekt Enkelvoudige”, Hij is mannelijk en vrouwelijk tegelijk en Hij schept door middel van Zijn Logos, het scheppende Woord. De zondeval is begonnen met de scheiding van het mannelijke en het vrouwelijke; met de schepping van de Eva uit de Adam, daarom zal mannelijke ook weer met het vrouwelijke verenigd moeten worden.
12. Afwijzing van de God van het oude Testament, die wordt vereenzelvigd met de demiurg, de schepper van deze onvolmaakte wereld. Deze God legt de mens de wet op, de wet der tien geboden. Voor de Gnosis is elke wet echter opgelegde dwang, waaraan hij moet ontkomen; het staan onder de wet is een teken van onvolmaaktheid. De gnosticus zoekt zijn individuele, innerlijke wet te volgen. Onder de demiurg staat een aantal wereldmachten, die de mens beheersen, de “archonten", die o.a. samenhangen met de twaalf tekens van de dierenriem en de zeven planeten. Zij zijn alle voortgekomen uit de gevallen Sophia. De eigenschappen van de Vader hebben zich ook geconcretiseerd in gepersonifieerde grootheden: De aeonen (ook wel krachten of deugden) b.v. “Stilte”, “Diepte”, “Inzicht” en "Rede".
13. J. van Rijckenborgh verstaat onder "Gnosis":
13a. De Adem Gods. Logos, de Bron aller dingen, zich openbarende in en als Geest, Liefde, Licht, Kracht en Universele Wijsheid.
13b.  De Universele Broederschap, als draagster en openbaring van het stralingsveld Christi.
13c. De levende Kennis die van en bij God is, en het deel wordt van hen, die, door Zielewedergeboorte de Lichtgeboorte Gods (de Pymandrische bewustzijnsstaat) zijn binnengegaan.

De “kennis” van de gnosis moet vooral niet eenzijdig intellectualistisch opgevat worden: het is het, door de suggesties van de geestvonk, met hoofd en hart verstaan van de goddelijke afkomst en bestemming en een zien van de weg, die daartoe bewandeld moet worden. Er is een eenheid van kennen en zijn. Kennen is er existentieel bij betrokken. Kennen houdt liefhebben en zelfovergave in zich besloten.
Ook dient opgemerkt te worden dat de leringen van de Gnosis over het algemeen van esoterische aard waren.Volgens Gnostici heeft de Bijbel meerdere “niveaus”: er staat niet alleen wat er staat, maar de letterlijke tekst bevat een hogere boodschap, die alleen door de ingewijde begrepen kan worden.
 

Vergeten, teruggevonden, en actueel

Eg NagHamadi map

 

Eeuwen lang is onder het grote publiek onbekend gebleven, dat er behalve de stroming van de reguliere christelijke kerken nog een andere grote stroom van het christendom bestaat namelijk de Gnosis.
Deze gnosis is geen afgerond verschijnsel, dat zich afspeelde rond de geboorte van Jezus,maar deze openbaart zich daarentegen nog op diverse manieren in de verdere loop van de geschiedenis, en leeft zelfs in het heden nog volop; hij openbaart zich in diverse personen en groeperingen. De grote belangstelling voor bijvoorbeeld kostbare uitgaven als “Het evangelie der Waarheid” van G. Quispel en H.c. Puech en “Koptisch-gnostische Schriften” van C. Schmidt-Till is niet voor niets.

Dikwijls zijn de wegen, waarlangs dat kenmerkende verschijnsel, dat wij aanduiden. met de naam “Gnosis”, zich door de geschiedenis verplaatste van de ene openbaring naar de volgende, of door de ruimte van de ene persoon of groepering naar de andere, voor ons niet te volgen: “Als de Waarheid, die op een bepaalde plaats en op een bepaalde tijd existeert, zich op een gegeven moment terugtrekt en zich wederom openbaart wanneer haar tijd gekomen is, onafhankelijk van stoffelijke overdrachts mogelijkheden"


Ook is het verschil met de officieel aanvaarde Christelijken kerk anders dan men veelal aanneemt. Vooral het Evangelie van Johannes is op meerdere punten bepaald gnostiek te noemen en, hoewel in mindere mate, het werk van Paulus eveneens. Zie bij voorbeeld de proloog van het Evangelie van Johannes, waarin zo de nadruk wordt gelegd op het “Woord”, het Woord, dat God was en waarin het leven was.
En in het evangelie van Johannes hoofdstuk 1, vers 5 "En het Licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet begrepen.” en Joh. 1:10 “Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de
wereld heeft Hem niet gekend
.”
En de eerste brief aan de Corintiërs 15:40: “Er zijn hemelse lichamen en er zijn aardsche lichamen; maar ene andere is de heerlijkheid der hemelsche en ene andere der aardsche.”
Verder de verzen 44 en 45: “Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam. Alzoo is er ook geschreven: De eerste mensch Adam is geworden tot ene levendeziel, de laatste Adem tot eenen levend makende Geest."

En tenslotte vers 50 t/m 56:"Doch dit zeg ik, broeders, dat vleesch en bloed het Koninkrijk Gods nietbeërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet. Ziet,ik zeg u eene verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden; Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen; en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen; en wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde, en de kracht der zonde is de wet.”

De invloed van de gnosis op het westerse leven is groter dan wij dikwijls menen. Voor een goed begrip van bij voorbeeld de ideeën en achtergronden van diverse grote persoonlijkheden, als Dante, Goethe, Jacob Boehme, Hegel, Teilhard de Chardin en Jung, is een kennis van de belangrijkste gedachten van de gnosis vrijwel onontbeerlijk.
 

Hoe komen we aan onze kennis omtrent de gnosis?

nag hammadi codices 2


Het merendeel van hetgeen wij weten omtrent de gnosis kwam tot voor kort van de grote bestrijders van de gnosis, zoals lrenaeus met zijn geschrift “Adversus Haereses”(Weerlegging van de ketterijen), Hippolytus en Epipanius, die bij hun bestrijding alle gnostieke boeken die zij tegen kwamen vernietigden.
 
Maar in onze tijd zijn geschriften gevonden, die rechtstreeks afkomstig zijn van de gnostici zelf. Belangrijk zijn hierbij vooral de vondsten bij Nag-Hammadi en het terugvinden van de boeken:"Het Evangelie van de Pistis Sophia" (waarvan Valentinus waarschijnlijk zelf de auteur is).

In het jaar 1948 verrasten de Franse geleerde Doresse, de toenmalige directeur van het Koptisch Museum te Cairo en de Parijse hoogleraar Puech de hele wereld met de publicatie van de eerste berichten over een goed bewaard gebleven handschrift in de Koptische taal. Het ging om een verzameling van dertien handschriften. Het geheel bestaat uit 49 boeken,waarvan het overgrote deel nog compleet aanwezig was.
De geschiedenis van de vondst van de papyri van Nag-Hammadi is gehuld in een waas van geheimzinnigheid; alle beschrijvingen van deze vondsten spreken over: "Het is waarschijnlijk .......". Niemand weet met stelligheid te
vertellen hoe dat is toegegaan. Dr. Zandee zei dat niets daaromtrent met zekerheid bekend is.
Over het algemeen is men van mening, dat het als volgt is toegegaan: In de rotsen van de Gebel et Tarif, bij Nag-Hammadi, dat op de andere oever van de Nijl ligt, 450 km ten zuiden van Caïro, bevinden zich de graven van de
plaatselijke gouverneurs van de farao. Beneden deze graven zijn kleinere uithollingen, die in latere tijd als begraafplaats gebruikt werden. De vergane inhoud hiervan wordt door de boeren als mest gebruikt. In 1945 or 1946
ontdekten deze boeren een aarden kruik met manuscripten. Het schijnt dat zij enkele bladzijden voor een vuurtje gebruikt hebben, maar de rest is in verschillende porties voor een luttel bedrag verkocht.
Langs allerlei omwegen belandden de codices in Caïro. Prof. Dr. G. Quispel slaagde er in de codex, die buiten Egypte geraakt was, op te sporen.In 1952 kon men tot de aankoop van dit handschrift overgaan door bemiddeling van de Zwitserse psychiater Jung, die grote belangstelling voor de Gnostiek heeft.Ter ere van de Zwitserse psychiater werd het handschrift de “Codex-Jung” genoemd.
Opvallend is het ontbreken van geschiedkundige werken en van handschriften van de Bijbelboeken. Er bevinden zich ook Hermetische tractaten onder, toegeschreven aan de Griekse God Hermes.
Het is vrijwel zeker, dat de handschriften uit het Grieks vertaald zijn. Zij moeten dus ouder zijn in oorsprong, dan de tijd waarin de vertalingen geschreven werden (vierde eeuw}. Dit blijkt b.v uit het “Apochryphon van Johannes” De kerkvader Irenaeus van Lyon maakt van dit werk gebruik voor zijn boek "Adversus Haereses”. Het oorspronkelijke boek moet dus bestaan hebben voor lrenaeus zijn "Weerlegging" schreef (l80 - 185 n. Chr.).
Met enige voorzichtigheid kunnen we stellen, dat die boeken voor de tweede helft van de derde eeuw geschreven moeten zijn. Volgens Doresse zijn er bij de verzameling ook nog bewerkte, voor-Christelijke geschriften.

In het jaar 1947 ontdekte een zekere Mohammed, een jonge herder, in West-Koenram, in Jordanië, terwijl hij op zoek was naar een verdwaald dier, hard geworden perkamenten rollen, gewikkeld in stukken stof', in waterkruiken,
helemaal aan flarden. Het. waren de eerste zeven: "Handschriften van de Dode Zee”
Men vindt in deze geschriften van Qumran de tegenstellingen tussen "licht en duisternis”, en “goed en kwaad” terug, waarvan in het Evangelie van Johannes voortdurend sprake is, evenals in de leer der gnostieken. Ook wordt er steeds in gesproken over "mensen ven goede wil” en “eenvoudigen van geest”, terwijl er ook een duidelijke overeenkomst is tussen het Laatste Avondmaal en het Messiaanse maal uit de handschriften.

Er is een hypothese dat de Joodse sekte der Essenen de schakel zou kunnen zijn tussen het O.T. en het N.T. Flavius Josephus vertelt:
De Essenen zijn van mening, dat het lichaam van de mens vergaat, maar dat zijn ziel onsterfelijk is. Deze ziel vindt zijn oorsprong in de zuiverste streken van de lucht, maar zij heeft zich in het lichaam van de mens opgesloten, als in een kerker. Wanneer zij na een lange slavernij deze banden van het lichaam heeft doorbroken, zal zij blij rondvliegen in de ruimte!
De overeenkomst tussen de getuigenis uit de oudheid van Flavius Josephus en die van de handschriften van Qumran hebben bij de specialisten de bijna unanieme mening doen ontstaan, dat deze handschriften de resten zijn van een grote bibliotheek der Essenen. De Essenen woonden dicht bij steden en dorpen, verspreid over heel Judea, maar hadden geen contact met hun landgenoten. Hun hoofdgebouw was gelegen aan de oevers van de Dode Zee. De meeste geleerden menen dat de ruïnes, die bij opgravingen bij Qumran ontdekt zijn, de overblijfselen vormen van dit hoofdgebouw.
De Essenen waren extreem vroom en zochten als trouwe lezers van hun Bijbel in iedere tekst een toepasselijke boodschap voor hun eigen tijd. Zij praktiseerden het doopsel en leefden in gemeenschap van goederen. Er was een hecht gemeenschapsleven: fonds voor de verzorging van zieken en bejaarden. Zij interpreteerden de natuurlijke verschijnselen als “tekenen” en waren zeer bekwaam in het voorspellen van de toekomst. Zij bezaten de macht om te genezen, omdat zij de eigenschappen van de geneeskundige planten goed kenden.

Het manuscript van het “Evangelie van de Pistis-Sophia" geraakte in het jaar 1785 in het bezit van het Brits Museum.
Het gaat om een aantal werken, die in het Koptisch genoteerd werden in de tweede helft van de vierde eeuw op perkament. Het handschrift is toegeschreven aan Valentinus. De boeken hebben de vorm van een Evangelie van het algemene gnostieke type. Ze bevatten geheime, esoterische onderwijzingen, die door de opgestane Christus aan zijn discipelen geopenbaard zijn, als antwoord op hun vragen; in gespreksvorm.
 
Het einde van de tweede inleiding van het eerste boek luidt als volgt:

"Toen zei Jezus, de Barmhartige, tegen hen: Verheugt u en juicht vanaf dit uur, want Ik ben gegaan naar de gebieden waaruit Ik gekomen was. Van nu af zal Ik openlijk met u spreken van het begin der Waarheid tot aan haar voleinding, en Ik zal met u spreken van aangezicht tot aangezicht, zonder gelijkenis. Van nu af aan zal Ik niets voor u verbergen van het mysterie van den Hoge en van het gebied der Waarheid. Want. Mij is door den Onuitsprekelijke en door het Eerste Mysterie van alle mysteriën gezag gegeven met u te spreken over het Begin tot de Voleinding, over alles,
zonder terughouding. Hoort. nu, opdat Ik alle dingen mededele.

In de nabetrachting van een uitgave van “Het Evangelie van de Heilige Twaalven" wordt gezegd:

"Dit Evangelie, dat duidelijk van Esseense oorsprong is, werd door de leden ven de Gemeenschap der Essenen naar een Boeddhistisch klooster in Tibet gebracht, waar het tot het eind van de vorige eeuw bewaard is gebleven om
het voor verminking te behoeden
.”

In grote lijnen volgt het de geschiedenis, zoals die in de Bijbelse Evangeliën beschreven wordt uitgebreid met de jeugd van Jezus, maar er zijn wel opvallende verschillen, die op een gnostieke afkomst wijzen: Zo is Jezus hier b.v. man en vrouw in één: “Jezus-maria, de Christus”.
Hoofdstuk 69 vers 5:
En een van de discipelen vroeg Hem: Hoe zal een mens het Koninkrijk binnengaan? En Hij antwoordde en zeide: Indien gij wat beneden is niet gelijk maakt aan dat wat boven is, en het linkse gelijk aan het rechtse, en wat achter is gelijk aan wat voor is, indien gij niet ingaat in het middelpunt en opgaat in de Geest, zult gij het Koninkrijk Gods niet binnengaan”.
is bijna letterlijk gelijk aan spreuk 21 uit het “Evangelie van Thomas” uit de codex-Jung:
"De discipelen zeiden tot Hem: "Zullen wij dan als kinderen ingaan in het Koninkrijk?” Jezus zeide tot hen: "Wanneer gij de twee een zult gemaakt hebben en gij het binnenste als het buitenste gemaakt hebt, en het buitenste als het binnenste, en het bovenste als het benedenste en wanneer gij het mannelijke met het vrouwelijke één, zodat het mannelijke niet mannelijk zal zijn en het vrouwelijke niet vrouwelijk, wanneer gij maakt ogen op de plaats van het oog en een hand op de plaats van een hand, een beeld op de plaats van een beeld, dan zult gij ingaan"·"

De proloog van Het Evangelie van de Heilige Twaalven is sterk verwant aan die van het "Evangelie van Johannes”:
“van der Eeuwen eeuwen bestaat de eeuwige gedachte, en de Gedachte is het Woord, en het Woord is de Daad, en deze drie zijn één in de eeuwige Wet, en de Wet is bij God en de wet komt uit God voórt. Alle dingen zijn door de Wet gemaakt en buiten haar is geen ding gemaakt, dat bestaat. In het Woord is het Leven en het Wezen der Substantie, het Vuur en het Licht. Liefde en Wijsheid zijn één voor het Heil van allen. En het Licht schijnt in de duisternis en de duisternis verhult het niet. Het Woord is het ene levengevende Vuur, dat schijnt in de wereld en dat het vuur en het licht wordt van elke ziel, die in de wereld komt. Ik ben in de wereld en de wereld is in Mij, en de wereld beseft. het niet. Ik keer naar mijn eigen Huis en mijn vrienden ontvangen Mij niet. Zo velen echter ontvangen en gehoor geven, wordt het vermogen geschonken, zonen en dochteren Gods te worden, alsook degenen, die geloven in de Heilige Naam, die geboren zijn niet uit de drang van vlees en bloed, doch uit God. En het Woord is vlees geworden en woont
onder ons en wij zagen zijn Heerlijkheid vol Genade. Schouwt dan de Goedheid, de Waarheid en de schoonheid Gods!”
 
Uit een proefschrift voor de P.A.