TemplateAfbeelding

Artikelindex

I

Het is met de Bogomielen vreemd gesteld. Er is niet veel over bekend en de boeken herhalen steeds weer dezelfde weinige feiten. Er zijn wel veel geleerde beschouwingen over verschenen. De Bogomielen zijn vaak versleten voor manicheeërs en gezien als hun opvolgers, wat deels waar is en deels niet klopt. Ze zijn vervolgd van alle kanten, door zowel de westerse, roomse als de Grieks-orthodoxe kerk, en ook nog door de staat. En toch hebben ze tot ver en ver na hun bloeitijd op de één of andere manier voortbestaan. 

Vanaf de negende tot de twaalfde eeuw was hun invloed en spreiding het belangrijkst. In het jaar 872 werd een laatste groep van manichees denkende broeders, de Paulicianen, uit het Turkse rijk verdreven en kwamen hun eerste boodschappers op Bulgaarse bodem. De volgende bewaard gebleven vermelding is een brief van de Patriarch van Constantinopel, die deze in het jaar 954 aan de Bulgaarse Tsaar Peter stuurde, en die hem waarschuwde voor ‘die nieuwe ketterij, die een mengeling van manicheïsme met een vleugje Paulicianisme is’. Daar reeds werden ze als ketters bestempeld, en aan manicheeërs gelijkgesteld. 

Uitvoeriger worden ze behandeld in een brief van de priester Kosma; een kleine 30 jaar later, in 972. ‘Het geschiedde,’ zo begint die brief, ‘dat tijdens de regering van de rechtgelovige tsaar Peter een pope met de naam Bogomil optrad […] die als eerste zijn ketterse leer in Bulgarije begon te prediken…’ Verder schrijft hij: ‘Met wie moet ik ze vergelijken? Ze zijn slechter dan de dove en blinde afgodsbeelden. Die kunnen niet zien en niet horen. Maar deze ketters, omdat ze menselijke gedachten hebben, zijn uit eigen wil versteend en hebben de ware leer niet aangenomen.’ Hun leider noemde zichzelf Bogomil, vertaald: ‘Godsvriend’, maar Kosma zegt dat hij beter ‘Bogunemil’ kon heten, ‘God-niet-aangenaam’. 

Wel, die beschuldigingen zullen wel meevallen. Van hem wordt vermeld dat hij zich opwond over de corruptie en het machtsmisbruik van de toenmalige adel. Slavernij, uitbuiting en lijfeigenschap konden in zijn ogen niet in overeenstemming zijn met het oorspronkelijke christendom. Want daarin gaat het juist om vrijheid en naastenliefde. Men zegt dat juist daarom de Bogomielen zulk een enorme verspreiding kregen: zij mobiliseerden het arme volk met populistische denkbeelden, gericht tegen een rijke elite van adel en geestelijkheid. 

Dat lijkt op politiek; dat klinkt hetzelfde als de socialistische leuzen van de opkomende arbeidersbeweging aan het begin van de twintigste eeuw. En dat heeft dan weer weinig of niets te maken met de werkwijze van de gnosis, of met haar bedoelingen. Ook toen niet! Toch zeggen dezelfde vroegste bronnen ook dat de eerste Bogomielengemeenschappen ‘apostolische en monnik-achtige eigenschappen hadden, en dat ze ook als monniken gekleed gingen’; hun wezenlijke gedachtengoed betrof de christelijke armoede en een ‘apostolisch leven als rondreizend boodschapper ’. 

Naar hun eigen zeggen predikten ze slechts het echte evangelie, omdat de kerk zo’n funeste ontwikkeling was gegaan, die met het ware christendom niets meer te doen had. In de oorspronkelijke gemeenschappen noemde men elkaar broeders, jongeren, gelovigen, uitverkorenen en geroepenen. Hun eis was: naastenliefde, bescheidenheid, geen laster maar de waarheid spreken, niet doden, het boze verdragen. Ze wilden ‘betere christenen zijn, door goed en kwaad tot een zaak van elk mens persoonlijk te maken’. 

Na 1018 verbreidde de leer van de Bogomielen zich over het gehele Byzantijnse Rijk. Je kwam hun denkbeelden tegen in de kloosters, in Constantinopel waren er zelfs aanhangers onder de adelijke families; tot aan het hof van de keizer toe vond je symphatisanten. In de tweede helft van die eeuw begonnen evenwel de vervolgingen; niet om de leer, maar om de privileges en voorrechten, die in handen van de gevestigde orde waren. Rond het jaar 1100 nodigt keizer Alexios het toenmalige hoofd van de Bogomielen, Basileios, uit naar zijn hof te komen onder het voorwendsel meer over de leer te willen weten. Basileios, een arts, was toen al op leeftijd; een magere, lange gestalte met een dunne baard. Hij had de Bogomielse leefwijze vijftien jaar lang onderwezen en meer dan veertig jaar verkondigd. Hij werd aan de keizerlijke dis genodigd. Basileios vertrouwde de keizer helemaal, en antwoordde vrijmoedig en bereidwillig op alle gestelde vragen. 

Achter een voorhang zat echter een stenograaf die de gehele samenspraak opschreef. Op een gegeven moment werd het gordijn teruggeschoven en liet Aleixos zijn vrome masker vallen. Hij liet de senaat en de geestelijkheid bijeenroepen en begon een proces. Nadat alle bekeringspogingen vruchteloos bleken, wachtte Basileios natuurlijk de brandstapel. 

De Bogomielen hebben grote invloed gehad op de katharen, maar ze waren niet hetzelfde. Al vroeg onderhielden de beide ‘kerken’ als je het zo noemen wilt betrekkingen met elkaar en toen de Bogomielen steeds feller werden vervolgd, namen enkele leiders de wijk naar het westen en zij inspireerden hun Kathaarse broeders en zusters in belangrijke mate. Een belangrijke bron uit 1230 vermeldt dat de Kathaarse gemeenten hun oorsprong hebben in de Bulgaarse en de Dragovische Kerk. 

Het is bekend dat in 1167 de bisschop Nicetas, afkomstig uit Constantinopel, een belangrijke vergadering had met vertegenwoordigers van de Kathaarse kerk in het slot St. Felix de Camaran, vlakbij Toulouse. Dat was in Occitanië, ofwel Zuid-Frankrijk. Nicetas was erin geslaagd de belangrijkste vertegenwoordigers uit Zuid- en Noord-Frankrijk en Lombardije bijeen te brengen. Daar werden de verschillende stromingen binnen de Kathaarse Kerk tot een gemeenschappelijke inspanning aangezet. 

We lezen in een artikel in Pentagram 1998-4: ‘In de elfde en twaalfde eeuw waren Bulgarije, Thraci en Macedonië de belangrijkste centra van activiteit. Daar Bulgarije toen een provincie van het Byzantijnse Rijk was, konden de Bogomielen hun leer gemakkelijk verbreiden. Van de twaalfde eeuw tot aan het einde van de vijftiende eeuw vormden Bosnië en Herzegovina het bolwerk van de Bogomielen. Er werd zelfs gesproken over de ‘Bosnische kerk’ en hun aanhangers noemden zich ‘pravi krstjani’: ware christenen. Op veel belangrijke punten kwamen hun godsdienst en beleving overeen met die van de katharen.’

In een document uit 1199 wordt paus Innocentius III gewaarschuwd dat in Bosnië ‘een niet onbeduidende ketterij om zich heen grijpt’ en dat een van de vorsten reeds zou zijn ‘overgelopen’. Er wordt gewag gemaakt van 10.000 aanhangers. Dat was aanleiding voor de paus om de koning van Hongarije en Kroatië opdracht te geven de ketters uit Bosnië te verdrijven en hun bezit in beslag te nemen. Ze vluchtten naar het oosten, terwijl er ook verschillenden naar het noorden trokken en terechtkwamen in de Duitse steden langs de Rijn. 

Tenslotte maakte een Turkse invasie in 1463 een definitief einde aan de Bosnische Bogomielenkerk, waarna de meerderheid van de boeren vrijwillig overging naar de islam. Toch berichtten Engelse reizigers in de zeventiende eeuw dat de Bosnische moslims niet alleen de Koran lazen, maar ook het Nieuwe Testament – maar ook dat is niet het laatste van hen; ook daarmee is de stroming van de Bogomielen niet aan haar einde gekomen. Er heeft tot in de twintigste en eenentwintigste eeuw een verborgen beweging bestaan, die de ideeënrijkdom der Bogomielen levend hield. 

Mensen die officieel misschien de islam beleden, of tot de Grieks-orthodoxe, of christelijke kerk behoorden, hebben de vlam van de in oorsprong gnostieke Bogomielse leer brandende gehouden. Dat is mogelijk geweest omdat zij niet op de voorgrond traden. Dat is mogelijk geweest omdat zij in principe een landelijke beweging vormden, ver weg van het rumoer van de steden, ver weg ook van maatschappelijke invloed, en de snel wisselende regeringen in Joegoslavië en Bulgarije. Ze zijn vergeten, en daarom hebben zij lange tijd in stilte hun werk kunnen blijven doen. 

Bron: spiritueleteksten.be

 Bogomiel en Ridders