TemplateAfbeelding

Krishnamurti werd in Zuid-India geboren als het achtste kind van Jiddu Naraniah, een Brahmaanse gouvernementsambtenaar. In 1905 overleed Krishnamurti's moeder. In 1909 verhuisde het gezin naar Adyar (nabij Madras), waar zijn vader ging werken bij het hoofdkwartier van de Theosofische Vereniging. De vereniging stond toen onder leiding van Annie Besant en Charles Webster Leadbeater. Na kennismaking met de kinderen van Naraniah maakte de jonge Krishnaji zoveel indruk op hen, dat zij probeerden het voogdijschap over Krishnamurti en zijn broer Nitya te verwerven. Nog in hetzelfde jaar werden de beide kinderen toegewezen aan Annie Besant.

Op 11 januari 1911 werd door George Arundale een nieuwe beweging gesticht, die hij de Orde van de Rijzende Zon noemde, met het doel allen te verenigen die geloofden in de komst van een nieuwe geestelijk leider. Later dat jaar besloten Besant en Leadbeater de beweging een meer internationaal karakter te geven. Zij veranderden de naam in de Orde van de Ster in het Oosten en benoemden Krishnamurti tot leider van de orde. Zij zagen in hem een nieuwe wereldleraar en een incarnatie van de Maitreya Bodhisattva.

Van april tot september 1911 maakte Krishnamurti met zijn broer en Annie Besant een reis naar Engeland. Van februari 1912 tot december 1921 werden de broers naar Engeland en Frankrijk gezonden om hun opleiding te voltooien. Ter voorbereiding op zijn 'wereldleraarschap' bezocht Krishnamurti vanaf eind 1921 spirituele congressen. Rond deze tijd hield hij ook zijn eerste lezingen en bijeenkomsten.

Jiddu Krishnamurti 

Sterkampen in Ommen

In 1922 kreeg Krishnamurti een stuk grond in bezit in Ojai (Californië). In 1924 kreeg hij van baron Philip van Pallandt bij Ommen het Kasteel Eerde en een deel van het landgoed Eerde in bezit. In hetzelfde jaar werd hier het eerste zogeheten Ster Kamp gehouden.

Nadat op 13 november 1925 Krishnamurti’s broer Nitya was overleden, werd D. Rajagopal op 25 november 1925 benoemd tot algemeen secretaris en internationaal penningmeester van de Orde van de Ster in het Oosten.

Reeds in 1925 begon Krishnamurti zijn volgelingen duidelijk te maken dat hij die een ander volgt ophoudt de waarheid te volgen, waarmee hij stelselmatig afstand nam van zijn wereldleraarschap. Op 3 augustus 1929 ontbond hij te Ommen de Orde van de Ster in het Oosten, die op dat moment over de hele wereld zo‘n 40.000 leden telde.Krishnamurti brak formeel met de Theosofische Vereniging in 1930, en ging over de hele wereld lezingen houden om mensen ‘onvoorwaardelijk vrij te maken’ van organisaties en rituelen die het zoeken naar de waarheid belemmeren. Hij bleef overigens tot zijn dood contacten houden met de vooraanstaande leden van de Theosofische Vereniging. In Ommen was ook Greet Hofmans een trouwe volgeling van Krishnamurti geweest.

Krishnamurti reisde tot zijn dood op en neer tussen Amerika, India en Europa, waar zijn lezingen altijd een groot gehoor vonden. De onder zijn invloed opgerichte scholen te Brockwood Park (Verenigd Koninkrijk), Rishi Valley (India) en Ojai (VS) proberen zijn denkbeelden te verbreiden.

Krishnamurt overleed in 1986 te Ojai aan alvleesklierkanker. Na zijn overlijden werd hij op zijn eigen verzoek na acht uur in een harde kartonnen "kist" naar het crematorium gebracht, waar slechts enkele intimi afscheid namen.

 Bron: Wikipedia


 

Artikel uit de: Koorddanser van mei 2016

In dialoog met Krishnamurti

van: Marlene Schefferlie, schrijver

“Ik begrijp niet waarom jullie klappen?” vroeg Krishnamurti toen het applaus in de grote ruimte was weggestorven. Hij had net plaatsgenomen op het podium voor zijn gesprek In the Present is the Whole of Time, opgenomen in Washington D.C.. Een fragiele man in een prachtig double breasted pak, zoals je die had in 1985. Zittend op zijn handen om de tremor veroorzaakt door Parkinson, tegen te gaan. Hij praatte over zichzelf als ‘de spreker’ en vertelde dat hij geen lezing hield, want lezingen geven informatie over een bepaald onderwerp. Het was ook geen entertainment, en niet amusant of sensationeel bedoeld. Hij wilde slechts een dialoog houden over het bestaan, vanaf dat je wordt geboren tot dat je sterft. Toen na afloop anderhalf uur later weer een luid applaus opklonk, herhaalde hij zijn eerste vraag. En dan: “Misschien klappen jullie voor jezelf.” Onmiddellijk zwol het applaus weer aan. “Jullie moedigen ‘de spreker’ niet aan. Hij wil helemaal niks van jullie,” verzuchtte hij, nog steeds kaarsrecht in zijn stoel.

Jiddu Krishnamurti (1895-1986) werd geboren in het Zuid-Indiase dorpje Madanapalle. Omdat hij net als de hindoegod het achtste kind van het gezin was, noemde zijn devote moeder Sanjeevamma hem naar Krishna. Zijn vader Narianiah was zowel Brahmaan als theosoof en werkte als overheidsambtenaar. De streekastroloog voorspelde al dat de baby een groot leraar zou worden, maar niet zonder obstakels. Krishnamurti was een mager, ziekelijk kind dat na een malaria-infectie nog vele jaren aan koortsaanvallen leed. Hij kon vaak niet naar school en als hij toch ging, konden de lessen en het huiswerk hem niet bijzonder boeien. Hij was zelfs zo dromerig dat sommige leraren hem voor zwakbegaafd versleten.
Op zijn tiende, in 1905, verloor Krishnamurti tot zijn grote verdriet zijn moeder en twee jaar later stopte vader Narianiah met werken. Omdat het gezin niet kon leven van zijn magere pensioen, schreef hij Annie Besant, de toenmalige presidente van de International Theosopical Society (ITS). Besant stemde uiteindelijk toe de weduwnaar in dienst te nemen en Narianiah verhuisde met zijn zonen naar een vervallen huisje net buiten het terrein van de ITS in Adyar. De jongens zwommen vaak in de zee en hier werden ze in 1909 opgemerkt door Charles Webster Leadbeater, voormalig priester, en op dat moment een van de kopstukken van de ITS. Krishnamurti was broodmager, oogde ziekelijk en had zelfs luizen in zijn wenkbrauwen. Maar hij zou met zijn zuivere uitstraling, het voertuig zijn van de Maitreya Boeddha, de nieuwe wereldleraar, voorbestemd om de mensheid naar het pad van de waarheid te voeren. Leadbeater schoolde hem op theosofisch, esoterisch en wereldlijk gebied en onderwierp hem en zijn jongere broer Nitya aan een strak regime, met een speciaal dieet en sporten als fietsen, zwemmen en tennis. Vele jaren later sprak Krishnamurti over zichzelf in die periode: “Men noemde hem het voertuig en hij accepteerde dat zonder één enkele vraag. Er was geen weerstand in hem, geen twijfel of bedenking.”
Besant wierp zich op als moederfiguur en kreeg zelfs de voogdij over Krishnamurti en zijn broer. In 1910 werd in Varanasi de Orde van de Ster opgericht met Krishnamurti aan het hoofd. Het jaar erop vertrok hij met Nitya en Besant naar Engeland, waar ze kennis maakten met de Engelse aristocratie. Krishnamurti werd bijgeschoold in engels, wiskunde en latijn, maar hij zakte keer op keer voor de universitaire toelatingsexamens. Na de Eerste Wereldoorlog vertrok hij naar Parijs waar hij omringd werd door kunstenaars die gefascineerd waren een messias te ontmoeten in een flanellen pak. Hij reisde veel en Besant gaf hem een cottage met een stuk grond in Ojai, Californië, waar hij mediteerde onder een peperboom.
Een jaar later gaf Baron van Pallandt, theosoof, zijn kasteel en landgoed Eerde in Ommen, cadeau aan de Orde van de Ster. Krishnamurti wilde geen bezit hebben en bracht de gift, net al het gebied in Ojai, onder in een stichting. In Ommen werden bijeenkomsten georganiseerd. Deze zogenaamde Sterkampen trokken in de jaren twintig van de vorige eeuw soms wel duizenden bezoekers. De orde had rond die tijd wereldwijd zo’n veertigduizend leden. Krishnamurti reisde de wereld over en hield toespraken, maar na de dood van zijn broer Nitya, november 1925, veranderde hij zijn levensfilosofie. In zijn speeches in de jaren erop klonk steeds vaker zijn roep om los te komen van de knellende banden van zijn theosofische Maitreya-schap.
De definitieve omslag kwam in 1929, tijdens het kamp. Meer dan drieduizend Sterleden en vele Nederlandse radioluisteraars luisterden gedesillusioneerd naar Krishnamurti’s opheffingsrede. Hij sprak zijn beroemde woorden: “Waarheid is een land zonder paden, dat langs geen enkele weg, door geen enkele godsdienst, geen enkel sekte valt te bereiken. (...) Niemand van buitenaf kan ons vrijmaken. Daarom het is mij er niet om begonnen een nieuwe godsdienst of sekte te stichten, of nieuwe theorieën of filosofieën in te voeren. Integendeel, het gaat mij om het enige dat wezenlijk is: dat de mens echt vrij zal zijn.” Hij gaf het kasteel met landgoed terug aan de baron. In 1930 zegde hij ook zijn lidmaatschap van de ITS op. De messiaanse verwachting van de theosofen was hiermee voorgoed verdwenen.
Krishnamurti kreeg een zaakwaarnemer en de Star Publishing Trust gaf zijn toespraken en vraaggesprekken in boekvorm uit. Hij hield interviews, lezingen en reisde van de wereld over, van Sydney tot Buenos Aires tot New York. In deze rol nam hij natuurlijk wel weer het risico om sektarische volgelingen te krijgen. Daarom refereerde hij altijd naar zichzelf als ‘de spreker’ of kortweg K, gelijkwaardig met zijn publiek. Schrijver Aldous Huxley, met wie hij bevriend raakte, zette hem aan om weer zelf te gaan schrijven. In het Commentaar van het Leven, dat pas in 1956 in drie delen werd uitgegeven schreef hij: “We vervullen ons hart met dingen uit de sfeer van het verstand en zo laten we dat hart altijd leeg en in afwachting. Het is het brein dat vastklampt, dat afgunstig is, dat vasthoudt, dat iets kapotmaakt.” In 1946 opende hij in Ojai-vallei de Happy Valley School, waar ook Huxley bestuurslid was.
Krishnamurti keerde in 1947 terug naar India dat nu onafhankelijk was geworden en verzamelde ook daar een groep toegewijde medewerkers om zich heen. Zijn boek Vrijheid van het bekende had een heel nieuw publiek aangeboord in het Amerika en Europa. De Observer schreef hierover: “..voor wie bereid is te luisteren, zal de waarde van dit boek niet in woorden te vatten zijn.”
Er werden vanaf 1961 jaarlijkse bijeenkomsten in Saanen, Zwitserland georganiseerd en ontstonden wereldwijd nieuwe stichtingen. Zijn voordrachten en gesprekken werden inmiddels in vele talen gepubliceerd. Dankzij een gulle donatie stichtte Krishnamurti een Europese school in Brockwood Park, Engeland. In 1966 werden zijn gesprekken in Oak Grove voor het eerst gefilmd voor de Amerikaanse tv. Nog veel televisieprogramma’s volgden. Wars van geloofssystemen groeide hij langzaam uit tot een van de grote spirituele denkers van de twintigste eeuw.
In 1980 werden door de Amerikaanse fysicus David Bohm verschillende vraaggesprekken met wetenschappers georganiseerd, waaraan ook Krishnamurti deelnam. In deze gesprekken definieert Krishnamurti door de ontledende benadering van Bohm, zijn leer heel exact. Hij legt uit dat de wortel van menselijk conflict volgens hem in de tijd ligt. Niet zozeer de fysieke tijd, maar juist de psychologische tijd, de denkbeweging die ‘dat wat is’ wil veranderen in ‘dat wat wat zou moeten zijn’. De mens bestaat volgens Krishnamurti volledig uit ideeën over zichzelf, het ego, dat vanuit het verleden iets wenst voor de toekomst. Iedere godsdienst en elke vorm van gezag of traditie maakt zich hieraan schuldig. Hiertegenover zet hij de zogenaamde ontwakende intelligentie, de wakkere geest, onverdeeld door tijd.
Dertig jaar geleden overleed Krishnamurti. En nu? Kunnen wij ons, met onze doorontwikkelde ego’s, met onze Facebookpagina’s en smartphones, wel zo’n psychische vrijheidsrevolutie permitteren? De wereld staat in brand en wereldvrede lijkt verder weg dan ooit. Kunnen wij door zelfonderzoek oorlogen en terrorisme voorkomen? Krishnamurti was er in Washington duidelijk over: “Waar dualiteit is, is gescheidenheid zoals tussen Griek en Moslim, Jood en Arabier, zoals tussen de Christen die gelooft in de een of andere verlosser en de Hindoe die in al die dingen niet gelooft. Die verdeeldheid is een feit: nationale verdeeldheid, godsdienstige verdeeldheid, verdeeldheid tussen individuele personen.Waar verdeeldheid is, daar moet conflict bestaan; dat is een wet. Wij leven dus ons dagelijkse leven in een klein, begrenst zelf, het beperkte zelf niet als tegenstelling tot een hoger zelf: het zelf is altijd beperkt. En dat is de oorzaak van het conflict, de diepste kern van onze strijd, van ons leed, onze bezorgdheid, enzovoort.
Als je je dat bewust wordt, en de meeste mensen moeten zich dat wel bewust worden, en dan niet omdat iemand je dat vertelt of omdat je een of ander filosofisch of psychologisch boek gelezen hebt; nee, omdat het gewoon een feit is. Iedereen houdt zich met zichzelf bezig en leeft in een afzonderlijk wereldje, helemaal voor zich alleen. Daarom bestaat er verdeeldheid tussen jou en die ander, tussen jou en je godsdienst, tussen jou en je god, tussen jou en je ideologieën. Is het nu mogelijk om in te zien, niet alleen verstandelijk, maar tot in je diepste wezen, dat jij de rest van de mensheid bent?”

Bron: Stichting Krishnamurti Nederland


 

J. Krishnamurti, de kern van zijn “leer”

krishnamurti2

De kern van Krishnamurti's leer is vervat in de verklaring die hij in 1929 opstelde, waarin hij zei: de waarheid is een land zonder paden. De mens kan die nooit via een organisatie, via enig geloof, enig dogma, via een priester of een ritueel benaderen, maar ook niet langs de weg van wijsgerige kennis of van psychologische technieken. Hij zal die moeten vinden met behulp van de spiegel der relaties, van inzicht in de inhoud van zijn eigen geest, door waarneming en niet door verstandelijke analyse of vezel voor vezel ontrafelende introspectie. In zijn binnenste heeft de mens uit behoefte aan veiligheid beelden opgebouwd - godsdienstige, politieke zowel als persoonlijke beelden. Die manifesteren zich in de vorm van symbolen, ideeën en overtuigingen. Die overheersen door hun gewicht 's mensen denken zowel als zijn relaties en zijn dagelijks leven. Zij zijn de ware oorzaak van onze moeilijkheden, immers ze scheppen verdeeldheid tussen de ene mens en de andere, in al zijn relaties. Zijn kijk op het leven is voorgevormd door die visies, die al bij voorbaat in zijn geest zijn vastgelegd. Wat zijn bewustzijn is? Dat is de inhoud van zijn bewustzijn. Die inhoud heeft heel de mensheid met elkaar gemeen. Wat er individueel aan hem is, dat is zijn naam, de fysieke vorm en het culturele vernis dat hij van zijn milieu meekrijgt. Het unieke van het individu ligt niet in dat oppervlakkige maar in de totale bevrijding uit de inhoud van het bewustzijn.

Bevrijding is geen reactie op iets; vrijheid is geen kwestie van keuze. De mens beweert vrij te zijn omdat hij de mogelijkheid heeft tot keuze.Vrijheid echter is zuivere waarneming zonder gerichtheid, zonder angst voor straf en beloning. Aan vrijheid ligt geen beweegreden ten grondslag; vrijheid ligt niet aan het einde van de menselijke evolutie, maar is aanwezig in de eerste schrede van zijn bestaan. Tijdens oplettende waarneming begin je het gebrek aan vrijheid te ontdekken. Vrijheid ontdekken we in het zonder keuze besef hebben van ons dagelijkse bestaan. Denken is een kwestie van tijd. Denken wordt uit ervaring, uit kennis geboren en die zijn beide onafscheidelijk met tijd verbonden. Tijd is de psychologische vijand van de mens. Al ons handelen is op kennis, op weten en daarmee op tijd gebaseerd, en dientengevolge is de mens altijd een slaaf van het verleden.

Zodra de mens besef krijgt van het mechanisme van zijn eigen bewustzijn, zal hij oog krijgen voor de indeling in denker en gedachte, in waarnemer en het waargenomene, in de ervarende en de ervaring. Dan zal hij ontdekken dat die indeling een waan is. Alleen dan ontstaat zuivere waarneming, met andere woorden: inzicht, zonder dat het verleden daar enige schaduw over werpt. Zulk tijdloos inzicht brengt een even diep ingrijpende als radicale ommekeer in de menselijke geest teweeg.

De essentie van het positieve is totale negatie. Wanneer al die dingen die geen liefde zijn - begeerte en genot - wegvallen, dan is daar liefde met haar intense medegevoel en intelligentie.

 Bron: Jiddu-Krishnamurti.net

 

video"s met lezingen van Krishnamurti

Toespraak van Mevrouw Wies Kuiper is voorzitter van de Theosofische Vereniging Nederland.

Mevrouw Wies Kuiper

Mevrouw Wies Kuiper is voorzitter van de Theosofische Vereniging Nederland. Met de theosofie begon in 1875 het grote, nieuwe spirituele ontwaken uit het dieptepunt van de materie. Daarom is deze dag tegelijk een hommage aan de vrouw, die deze beweging stichtte: Helena Petrovna Blavatsky.

Zij volgde daarmee de aanwijzing op van haar leermeester – en wij citeren: ‘M. geeft opdracht om een Vereniging te stichten – een geheim genootschap zoals de loge van Rozenkruisers. Hij heeft beloofd me te helpen.’

 

 

In 1875 is de Theosofische Vereniging gesticht om ‘kennis te verzamelen en te verspreiden van de wetten die het universum leiden’ en een kern te vormen van ‘de algemene broederschap der mensheid’. De vereniging is gesticht in de Verenigde Staten, maar de hoofdvestiging verhuisde al spoedig naar India, waar Helena Petrovna Blavatsky-von Hahn ( 1831-1891), meestal kort aangeduid als HPB, al meerdere jaren had doorgebracht in boeddhistische kloosters. Daar deed zij diepe esoterische kennis op uit oude Indiase geschriften als de Veda’s, de Oepanishaden, de Bhagavad Gita en de verschillende yogatradities. Zij was eveneens goed op de hoogte van de Egyptische, Griekse en Romeinse scholen en inwijdingswegen. Zij refereert regelmatig aan werken van Plato, Aristoteles, Ammonius Saccas, Plotinus, Valentinus, Basilius, als ook aan Europese schrijvers van de 19de eeuw. HPB verwoordde deze kennis in Isis ontsluierd, De Geheime Leer, De Sleutel tot Theosofie en vooral het kleinood De Stem van de Stilte. Zoals HPB voor de inhoudelijkheid van de Vereniging zorgde, was Henri Steel Olcott vanaf het begin de man die de Vereniging organisatorisch leidde. In de Theosofische Vereniging ontmoeten Oost en West elkaar en wordt de mensheid geïnspireerd om te zoeken naar waarheid. Waarheid in jezelf en buiten jezelf. Dit zoeken is ook het zoeken naar de stem van de stilte, waarin de roep van het Wereldhart doorklinkt. de schepping tot volmaaktheid voeren pentagram 5/2009 De titel van dit symposion – Geroepen door het Wereldhart – geeft al aan dat we het vandaag over iets bijzonders gaan hebben, iets mystieken misschien wel. Het gedicht dat in de aankondiging is opgenomen staat daar niet voor niets, naar mijn idee is het bedoeld om de sfeer van dit symposion al vanaf het begin te actualiseren. Toch is het niet voor iedereen meteen duidelijk wat er met ‘het Wereldhart’ bedoeld wordt, en… weet ik het in alle diepte, eigenlijk zelf wel? Hoe weet je dat je geroepen wordt als je niet weet dat het er is? Als je haar taal niet verstaat? Ja, ik maak het Wereldhart maar even vrouwelijk en spreek over ‘haar’, terwijl het eigenlijk androgyn is of dat zou het in mijn beleving moeten zijn. Een plaats waar de tegendelen worden opgeheven, waar de dualiteit tot een eenheid wordt. In het gnostisch evangelie van Philippus, waarvan een deel duidelijk Valentiniaans is en andere delen weer meer lijken te stoelen op de oude Hindoefilosofie, wordt dit zo prachtig omschreven in de symboliek van het Bruidsvertrek, het symbool van de bruiloft tussen de lagere en de hogere natuur van de mens, of wel tussen zijn lager en hoger Zelf. En wat kan de theosofie-bijdrage tot een beter begrip van wat in deze titel bedoeld wordt en meer nog, wat kan de theosofische filosofie bijdragen aan het leren, horen en verstaan van die roep? Want dit is voor ieder van ons, als sprekers op dit symposion, de opdracht. Wat kunnen wij bieden aan de mensheid? In de media wordt wel steeds gesproken over een ecologische crisis, en men wil daar vanuit menselijk gezichtspunt van alles aan doen; evenwel het is belangrijk te beseffen dat wij vanuit de geestkern van de aarde, van de wereld, misschien zelfs vanuit de kosmische gedachte, zouden moeten werken. Maar, en dat is het heikele punt: Hoe weten wij, hoe kennen wij die gedachte? Het zou toch een eerste vereiste moeten zijn dat we zouden luisteren naar wat de patiënt, de aarde, als levend entiteit, vanuit haar diepe geestelijke kern ons hierover kan leren. Theosofen zijn gravers, zoekers naar Waarheid, waarmee bedoeld wordt de geestelijke of goddelijke kern der dingen. En we weten daardoor dat er eigenlijk maar één patroon is voor al het bestaande, van het allerkleinste tot hele sterrenstelsels, en ook wij, mensen zijn naar dit patroon gevormd. Daarom is het het eenvoudigste om eerst bij de mens te beginnen en trachten te achterhalen, te weten te komen, wie of wat de mens in essentie is. Dan ken je het patroon en kun je de lijnen leggen die nodig zijn om die verbinding tot stand te brengen. Dat lijkt wel heel technisch, maar ook hier geldt de oude hermetische wet: Zo boven zo beneden, zo binnen zo buiten. Een chirurg moet ook weten hoe het zenuwstelsel in elkaar zit en waar hij wel of niet verbindingen kan maken, opdat het geheel weer functioneert. Goed, wie of wat is de mens? In de meeste godsdiensten is men gewend aan het gezegde dat de mens een ziel en een geest heeft. In de theosofie zegt men, dat de mens geest is en hij heeft een ziel en hij heeft ook een lichaam. Het mensbeeld in de theosofie is zevenvoudig. Dat lijkt ingewikkeld, maar het maakt het gemakkelijker te begrijpen wie die mens is, en om te weten te komen waarom die roep van het wereldhart niet luid en duidelijk weerklinkt. de schepping tot volmaaktheid voeren Laten wij het patroon van de mens, wat hetzelfde is als het patroon van de gehele schepping, nu eerst eens bekijken. De mens heeft een stoffelijk of fysiek lichaam. Dat fysieke lichaam zit hier in de zaal op een stoel, hij heeft een etherisch of levenslichaam, een astraal lichaam of lichaam van gevoelens en emoties. Een mentaal lichaam, dat kan denken en dat zorgt dat het ‘hebben’ in deze wereld goed voor elkaar komt. Dat gericht is op de wensen van het fysieke lichaam maar zeker ook op die van het gevoels- of emotielichaam. In dit deel van het mens zijn stopt de mens de meeste energie. Of liever gezegd, dit deel van de mens vraagt de meeste energie, de meeste aandacht. Meer dan negentig procent van alle tijd die een mens heeft, stopt hij in dat deel van het mens zijn. Nu is er aan dat mentale lichaam ook nog een andere kant. Een kant die gericht is op de innerlijke kern. Op het zijn. Tussen die twee delen van het mentale lichamen zit een soort scheidslijn, een soort vlies. Die beide kanten van dat mentale lichaam lijken elkaar niet te verstaan, daar zit als het ware een los contact. Vervolgens heeft de mens een ‘boeddhisch’ lichaam of het lichaam van intuïtie, waarbij je tenslotte komt bij de kern zelf, het ‘atomisch’ lichaam. Via het boeddisch lichaam is de mens één met alle levende wezens, via het atomisch lichaam is hij één met het leven zelf. Je zou je kunnen voorstellen dat we met het wereldhart het hoogste kosmische principe bedoelen, en via de kern van de mens, via zijn atomische principe is de mens daarmee verbonden, en kan als zodanig natuurlijk die roep horen en verstaan, want er is een directe lijn van het wereldhart naar het mensenhart, maar dan wel naar de hoogste gebieden daarvan. Nu wordt die roep door de blokkade, die zoals ik al aangaf in het denkvermogen ligt, vaak gestoord, of verstoord, zodat de ware boodschap niet overkomt. Soms ook wordt dit benoemd als het verschil tussen het weten met het hoofd of met het hart. Er zit zoveel ‘ruis’op het kanaal dat je een goed filter nodig hebt om die stem te voorschijn te halen. En… zijn we eigenlijk niet zó druk met al die dingen die het dagelijkse leven vormen, dat we, als er al soms iets doorkomt, dit snel met ‘nu even niet’ wegduwen? We zijn niet gauw bereid om er erg veel energie in te steken, zodat we er toch iets van zouden vernemen. Terwijl we als het bijvoorbeeld de uitslagen van de eredivisie betreft bij wijze van spreken ons hoofd haast in de luidspreker zouden steken! Toch is het het denken dat de richting aangeeft waar onze belangstelling naar uitgaat. Is het aardgericht, naar de materie of is het gericht naar de geest, naar het mysterie? Het is het denkvermogen dat de wissel op het spoor moet omzetten, de mens zelf die de innerlijke schakel tussen het lager en het hoger bewustzijn moet omzetten. De roep van het Wereldhart zit op een hoge frequentie, die moet als het ware getransformeerd worden naar een lagere frequentie, voordat het menselijk oor het kan vernemen. Op de hogere gebieden is er geen probleem, en er is ook wel een innerlijke schakel mogelijk tussen die beide gebieden, in het Sanskriet het antahkarana genoemd. Het is, op het niveau waarop wij nu leven, altijd goed als iets een naam heeft, dat het benoemd kan worden. Zeker op een dag als vandaag, want dit is het kernbegrip van deze dag. Waar het nu om gaat is, hoe maken we in ons zelf de lijn open, zodat we in contact met het Wereldhart kunnen komen. In ‘De Stem van de Stilte’, het eerste fragment uit het Boek der Gulden Voorschriften, vertaald en van aantekeningen voorzien door mevrouw H.P. Blavatsky, een van de basisboeken van de theosofische Vereniging, is de eerste regel: ‘Hij die zou willen horen en verstaan de stem van Nada, ’t geluidloze geluid, hij moet de aard van Dharana begrijpen.’ Dharana is de diepe en volkomen concentratie van het denken op een innerlijk begrip, en tegelijk een volkomen afkeren van de uiterlijke wereld. Voordat je innerlijk oor kan horen en verstaan moet je je volkomen afwenden van de uiterlijke pentagram 5/2009 wereld. Dat klinkt allemaal heel mooi, maar hoe doe je dat? Als je het probeert, blijkt de mens een soort duikelaartje te zijn, als je even de spanning er afhaalt schiet hij weet terug in zijn oude stand. Iedere groep die hier vertegenwoordigd is, biedt hiervoor zijn eigen werkwijze. De werkwijze die de Theosofie aanbiedt is: studie, meditatie en werk. Dat lijkt eenvoudig, studiemogelijkheden zijn er in overvloed in de Theosofie, hele evolutieschema’s om maar iets te noemen, of de diepzinnige werken van wetenschappers en denkers van Plato, Plotinus en van Valentinus, tot Hermes of de schrijvers van de oude Veda’s; de Bhagavad Gita en de Oepanishaden. In onze doelstellingen staat bij voorbeeld: ‘het bestuderen van godsdiensten, wijsbegeerte en wetenschap’. Dat zou je een enorme kennis kunnen geven, maar het verzamelen van kennis is niet het doel. Door diep in een godsdienst of in een filosofie te graven, kun je komen tot een begrip van eenheid in al deze dingen, tot het weten dat ze in de kern allemaal aan hetzelfde raken. In de Kabbala zegt men het zo: ‘Als je vat wil krijgen op het onzichtbare moet je zo diep mogelijk doordringen in het zichtbare’. En Phil Bosman, een Nederlandse dichteres van vooral kleine gedichtjes en oneliners, zegt: ‘Als je de hemel wilt bestormen moet je een aanloop op aarde nemen’. Valentinus, een gnosticus uit het begin van de tweede eeuw na het begin van onze jaartelling zegt: Zelfkennis is Godskennis. Dat is geen intellectuele kennis, maar kennis van het hart. Met die zelfkennis wordt dan bedoeld het kennen van het eigen inwonende hoogste beginsel, het atomische gebied, waarin de mens één is met, of raakt aan, het leven zelf. Ofwel het Wereldhart. Belangrijk is je te realiseren dat onze fysieke hersenen gemaakt zijn om te functioneren in het ‘waakbewustzijn’ waar gewone intellectuele zaken langs gebaande wegen verlopen. Maar als we ons op het gebied van de esoterie gaan begeven, hebben we andere hersenpaden nodige en die zullen we eerst zelf, door oefening, moeten aanleggen. H.P. Blavatsky spreekt dan over het tot stand brengen van een andere orde in de kleine levens in de hersencellen. Ja, en dan komen we geleidelijk tot meditatie. Grofweg gezegd is meditatie bedoeld om een leegte of stilte in het denken te doen ontstaan. Een situatie waarin het lawaai van onze dagelijkse hersenactiviteit tot rust komt, tot harmonie komt, zodat als het uiterlijke oor niet zo overbelast is, het innerlijke oor de kans krijgt te luisteren te horen en te verstaan. Hiervoor zijn vele yoga- en meditatie oefeningen voorhanden. In de Theosofie kent men veel literatuur over deze dingen, die onder andere ingaan op de verschillende vormen van yoga en meditatie. Maar ook in het al eerder genoemde boek De Stem van de Stilte geeft H.P. Blavatsky op niet mis te verstane wijze aanwijzingen over hoe je in het leven moet staan, voor je die stem kunt horen. Ik citeer: ‘Teneinde kenner van al-zelf te worden moet gij eerst kenner zijn van het zelf. Om tot de kennis van dat zelf te komen moet gij het zelf aan het niet-zelf over geven, zijn aan niet-zijn.’ Ook in de Bhagavad Gita, een onderdeel van het Indiase epos de Mahabharata wordt hierover gesproken. Toch zijn er ook gevaren verbonden aan die pogingen om te luisteren De stem van het Wereldhart vervult je met liefde, een intense innerlijke blijheid, met een gevoel van eenheid met alles en allen de schepping tot volmaaktheid voeren naar een innerlijke stem. Zo lees je bijvoorbeeld in vers 35 van hoofdstuk vier van de Bhaghavad Gita dat het vaak gebeurt dat de leerling de roep van de ongezuiverde emoties of verlangens houdt voor de stem van de intuïtie. Wanneer weet je nu of het de stem van de stilte, of de roep van het Wereldhart is? Ik denk dat we wel een paar kwaliteiten kunnen benoemen. Die stem zal je vervullen met liefde, met een intense innerlijke blijheid, met een gevoel van eenheid met alles en allen. En zij zet je aan tot het grote werk. Want over ‘het werk’ hebben we het nog niet gehad. Werk ten behoeve van alle levende schepselen natuurlijk, wetend dat je een onderdeel van dat geheel bent. Maar ook werk voor en aan je zelf. Het werk dat noodzakelijk is als voorbereiding om die stem te kunnen horen. In deze opgave zitten veel valkuilen. Deze zijn prachtig verwoordt in het boekje Aan de voeten van de meester, het eerste werkje van Jiddhu Krishnamurti. Daarin waarschuwt hij om goed te kijken naar je eigen motivatie voordat je iets voor een ander doet. Doe je dat om op een voetstuk gezet te worden? Nu, daar kun je alleen maar vanaf vallen. Soms gebeurt het dat je door jouw goede daden de ander afhankelijk van je maakt, en daardoor zijn eigen zelfstandigheid opgeeft wat ook niet de bedoeling kan zijn. Allereerst zou je kunnen onderzoeken van waaruit deze drang om te helpen of goed te doen stamt. Komt die aandrang uit je ego, je ikje, of is het puur egoloos mededogen. Het lijkt gemakkelijk, maar wij zijn maar al te goed in staat onszelf hier behoorlijk mee voor de gek te houden. In deze korte voordracht heb ik in korte lijnen getracht aan te geven hoe je in jezelf een zuiver kanaal kunt ontwikkelen, dat je in staat stelt die roep van het Wereldhart te kunnen horen en verstaan en je tegelijk het vermogen geeft die te onderscheiden van zomaar iets wat voortkomt uit het eigen onderbewustzijn. Want onderscheidingsvermogen is de eerste stap op de weg hierheen. Natuurlijk zullen wij op onze weg vergissingen maken, we laten ons gemakkelijk op een zijpad brengen, en zijn vaak liever lui dan moe. Want het is een zaak van permanente alertheid, van onophoudelijk proberen de weg vrij te houden, zodat het contact ook gerealiseerd kan worden. Maar op den duur zullen wij voldoende geoefend zijn om te durven vertrouwen op ons innerlijke vermogen. Dan kunnen we onderscheid maken en vernemen wij met vreugde de roep van het wereldhart in ons. Pas dan zijn wij inzetbaar als instrument van datzelfde wereldhart. Want het is niet voldoende de roep te horen, maar we moeten er ook naar handelen om zodoende de mensheid en dus ook ons zelf, een leidraad te bieden om de schepping tot volmaaktheid te voeren

Dit artikel is afkomstig uit Jaargang: 2009 nummer: 5

Terug naar de twintigste eeuw

 

Willem E. ScherpenhuizenANTROPOSOFISCHE VERENIGING
In 1912 ontstond in Duitsland rond de persoon van Rudolf Steiner een Antroposofische Vereniging. Bij de Kerstbijeenkomst van 1923 gaf Rudolf Steiner de Antroposofische Vereniging een nieuwe vorm en nam zelf het voorzitterschap op zich. De AntIn 1912 ontstond in Duitsland rond de persoon van Rudolf Steiner een Antroposofische Vereniging. Bij de Kerstbijeenkomst van 1923 gaf Rudolf Steiner de Antroposofische Vereniging een nieuwe vorm en nam zelf het voorzitterschap op zich. De Antroposofische Vereniging in Nederland werd in het bijzijn van Rudolf Steiner op 18 november 1923 te Den Haag opgericht. De arts en psychiater Willem Zeylmans van Emmichoven was haar eerste voorzitter. In Den Haag startte in hetzelfde jaar ook de eerste vrije school, de Rudolf Steiner Kliniek, en geneesmiddelenproducent Weleda. In 1926 ontstond een van de eerste biologisch-dynamische landbouwbedrijven in Nederland, Loverendale op Walcheren. In 1931 stichtte de arts en psychiater Bernard Lievegoed het eerste heilpedagogische instituut voor kinderen met een verstandelijke handicap, de latere Zonnehuizen in Zeist, die tegenwoordig zowel kind en jeugd als volwassenen begeleiden. Lievegoed werd in 1961 de tweede voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland. De antroposofie is sterk maatschappelijk actief. Uit haar ontstonden het NPI, Instituut voor organisatie-ontwikkeling, de Zonnehuizen, organisatie voor de ontwikkeling van verstandelijk gehandicapten, De Wervel, opleiding tot kunstzinnig therapeut, het propedeutisch jaar aan de Vrije Hogeschool te Driebergen, Hogeschool Helicon met opleidingen tot leerkracht, het Louis Bolk Instituut voor natuurwetenschappelijk onderzoek en de Triodos Bank.roposofische Vereniging in Nederland werd in het bijzijn van Rudolf Steiner op 18 november 1923 te Den Haag opgericht. De arts en psychiater Willem Zeylmans van Emmichoven was haar eerste voorzitter. In Den Haag startte in hetzelfde jaar ook de eerste vrije school, de Rudolf Steiner Kliniek, en geneesmiddelenproducent Weleda. In 1926 ontstond een van de eerste biologisch-dynamische landbouwbedrijven in Nederland, Loverendale op Walcheren. In 1931 stichtte de arts en psychiater Bernard Lievegoed het eerste heilpedagogische instituut voor kinderen met een verstandelijke handicap, de latere Zonnehuizen in Zeist, die tegenwoordig zowel kind en jeugd als volwassenen begeleiden. Lievegoed werd in 1961 de tweede voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland. De antroposofie is sterk maatschappelijk actief. Uit haar ontstonden het NPI, Instituut voor organisatie-ontwikkeling, de Zonnehuizen, organisatie voor de ontwikkeling van verstandelijk gehandicapten, De Wervel, opleiding tot kunstzinnig therapeut, het propedeutisch jaar aan de Vrije Hogeschool te Driebergen, Hogeschool Helicon met opleidingen tot leerkracht, het Louis Bolk Instituut voor natuurwetenschappelijk onderzoek en de Triodos Bank.


‘Hij heeft de weg betreden, ervaart het Licht, en zal de kracht verkrijgen in eigen ziel te grondvesten wat hem toe nu toe het geluk moest schenken’ Rudolf Steiner Poort van de Inwijding

Dit symposium is gewijd aan allen die ernaar streven kennis te verkrijgen van de geestelijke of bovenzinnelijke wereld; een wereld die van groot belang is voor de mensheid en voor de aardewereld. Dat is het streven van alle instellingen die vandaag hier hebben gesproken of nog zullen spreken, waartoe ook de antroposofie behoort. Het gemeenschappelijk belang is derhalve het streven naar kennis van de bovenzinnelijke wereld, die ieder op zijn wijze zal willen benaderen.

Zo spreekt het wereldwoord dat ik door de poort van de zintuigen tot in de grond van mijn ziel kon leiden: ‘Vervul de diepte van je geest met de weidsheid van mijn wereld om eens mij te vinden in jezelf’ Rudolf Steiner 1918

Heel kort samengevat is antroposofie : Bewustzijn van het menszijn. Essentieel daarbij is het mensbeeld dat de antroposofie heeft. De mens bestaat uit vier wezensdelen:

1. het fysieke lichaam

2. het levenslichaam

Het levenslichaam zorgt ervoor dat de mens kan leven op de aarde, zodat de mens ook met zijn fysieke lichaam kan doen wat hij wil, respectievelijk wat hij nodig vindt te doen;

3. het gevoelslichaam, ook wel de ziel genoemd. Hierin ondergaat de mens zijn liefde, zijn emoties en zijn motieven om iets te doen of te laten;

4. het bewustzijn of ‘ik’, dat wil zeggen datgene wat je eigen persoonlijkheid is.

Ten einde dit mensbeeld tot een geheel te maken is het nodig om eerst in te gaan op het ontstaan van de mens en zijn ontwikkelingsgang. Deze ontwikkelingsgang van de mensheid en van de aarde vindt zijn oorsprong in God. In dit verband citeer ik de eerste vier zinnen van het Johannesevangelie: In het oerbegin was het scheppende woordwezen En het woordwezen was bij God En goddelijk was het woordwezen; Dit was in het begin bij God. De schepping van de mens heeft verschillende fasen doorgemaakt. Deze ‘fasen’ zijn in feite langdurige perioden waarin de mens zich stap voor stap tot zijn huidige ontwikkelingsstadium heeft ontwikkeld. Een ontwikkeling die nog niet is voltooid, want de mens zal na de geschetste reeds ontstane wezensdelen in toekomstige perioden nog drie wezensdelen verder ontwikkelen. Dat zijn: Het geestzelf – dit betreft de verdere ontwikkeling van het gevoelslichaam. De levensgeest – dit betreft de verdere ontwikkeling van het levenslichaam. De geestmens – dit betreft de verdere ontwikkeling van het fysieke lichaam. Bij dit mensbeeld hoort ook de reïncarnatiegedachte. Hierin heeft de antroposofie uitgewerkt dat de mens een geestelijk wezen is dat met enige tussenpozen terugkeert op de aarde om daar zijn ontwikkeling op de aarde door te maken. In de perioden die hij in de geestelijke wereld is, ervaart hij hoe de kwaliteit van zijn bestaan in de vorige periode op de aarde is geweest, en vormt daarbij een beeld van het goede en het kwade dat hij daar heeft verricht of veroorzaakt. Tevens vormt hij, geheel in overeenstemming met zijn karma, een beeld van zijn levensloop in de volgende periode op aarde. De volmaakte ontwikkeling van de mensheid zal worden bereikt wanneer hij de fasen van geestzelf en levensgeest heeft doorgemaakt en in de laatste fase de geestmens heeft ontwikkeld. Het doel van de mens is dat hij na zijn volledige ontwikkeling als geestelijk wezen, als tiende hiërarchie de schepper wordt van een nieuwe kosmos van liefde en vrijheid.

Het doel van de mens is dat hij als tiende hiërarchie de schepper wordt van een nieuwe kosmos van liefde en vrijheid

Om dit te bereiken is de Christus de helpende leider en deze heeft in de antroposofie dan ook een centrale plaats. De opstanding van Christus uit de dood is een centraal gebeuren in de aardeontwikkeling. Hiermee heeft de Christus aangegeven hoe de mens zal zijn na zijn ontwikkeling op aarde, eenmaal, in een fysiek opstandingslichaam dat niettemin geen materie is. Antroposofie is bedoeld om praktisch toe te passen in het leven, het is geen theorie om de theorie zelf. De kennis van hoe de dingen in elkaar zitten is essentieel voor de omgang ermee, met name ook hoe de krachten uit de geestelijke wereld inwerken op de fysieke wereld. In dit verband is mogen we hier in het kort aandacht te besteden aan de verschillende orden van geestelijke wezens in de bovenzinnelijke wereld. Daarbij komt op de eerste plaats de goddelijke Drievuldigheid, de Triniteit, bestaande uit: de Godvader die alles geschapen heeft, Christus als zoon van de Godvader, en de heilige geest, dat is het wezen dat het initiatief geeft aan de Godvader en aan Christus. Onder deze triniteit staan drie maal drie engelenhiërarchieën. De derde engelenhiërarchie, dat wil zeggen de groep van de onderste drie, bestaat uit de archaï, de aartsengelen en de engelen. Deze laatsten staan het dichtst bij de mensen; ieder mens heeft een eigen beschermengel. Binnen het aardeveld zijn er nog de natuurwezens, die verbonden zijn met de planten, de dieren en de natuurverschijnselen. In het algemeen zijn deze wezens in positieve zin betrokken bij de ontwikkeling van de mensheid en de aarde. Er zijn echter ook hogere en lagere wezens in de geestelijke wereld die de ontwikkeling van de mensheid in negatieve zin trachten te beïnvloeden. In de antroposofie wordt dan gesproken over Lucifer, die tracht de mensheid aan de aardeontwikkeling te onttrekken, dat wil zeggen uitsluitend in de astrale wereld te laten zijn, waardoor de mensheid haar vrijheid niet kan ontwikkelen. Anderzijds zijn er geestelijke wezens (in de antroposofie aangeduid als ahrimanische wezens), die de mens aan de aarde, respectievelijk aan de materie trachten te binden. Dit is een invloed die in deze materialistische tijd een sterke invloed uitoefent. Door hun invloed verliest dan de mens zijn vrijheid om een evenwicht te zoeken tussen de noodzakelijkheid van het leven op aarde en anderzijds het zoeken naar het deelhebben aan de geestelijke wereld. Het is daarnaast ook belangrijk te weten wat de dieren zijn, wat de planten zijn en wat de fysieke materie is. De fysieke materie, zoals bijvoorbeeld stenen of bergen hebben op aarde alleen een fysiek lichaam, hun bewustzijn ligt in andere werelden. De planten hebben een fysiek lichaam en een levenslichaam op aarde. Hun bewustzijn ligt minder ver weg dan het bewustzijn van de aardse materie. De dieren hebben een fysiek lichaam, een levenslichaam en een gevoelslichaam of wel een groepsziel, maar geen individuele ziel. Belangrijk is ook te vermelden, dat de dieren uit de mens zijn ontstaan en niet de mens uit het dier, zoals de materialistische wetenschap veronderstelt. Men zou de dieren kunnen zien als afgescheiden extreme eigenschappen van de mens, die zich zelfstandig hebben ontwikkeld. Antroposofie is een beweging met zowel een esoterisch als een exoterisch, praktisch karakter. Antroposofie moet gedaan worden, toegepast in de diverse werk- en leefgebieden van de mens. Deze praktische toepassing van de antroposofie ligt op vele levensgebieden. Ik noem er enkele: – De pedagogiek of opvoedkunst, met name de Vrije Schoolpedagogie, waarbij niet alleen leermethodes soms anders zijn, maar de leerkrachten ook aandacht geven aan de ontwikkeling van persoonlijke eigenschappen van het kind. – De geneeskunst. Er zijn speciale antroposofische geneesmiddelen zoals bijvoorbeeld Iscador bij kanker en antroposofische therapieën zoals de heileuritmie en de kunstzinnige therapieën. Bovendien is de heilpedagogie een belangrijke tak van activiteit, alsmede de verslavingszorg. – De kunsten: schilderkunst, spraakkunst, euritmie (een nieuwe bewegingskunst). – Muziek en theater, alles met vernieuwende impulsen. – Architectuur: de organische bouwstijl, zoals bijvoorbeeld het Goetheanum in Dornach in Zwitserland, (de Centrale zetel van de Internationale Antroposofische Vereniging), het gebouw van de Gasunie in Groningen, en de vroegere NMB bank, thans ING, in de Bijlmer in Amsterdam. – De biologisch-dynamische landbouw, die ontwikkeld is om de aarde te genezen en harmonie te bewerkstelligen tussen aarde, plant, dier en mens, gebruikmakend van de krachten van de kosmos, waardoor levenskracht gegeven wordt aan ons voedsel en de aarde niet slechts wordt uitgebuit, maar ook gevoed. Een heel belangrijk item in de antroposofie is het besef dat de mens hier op aarde leeft op drie niveaus:

het geestesleven, dat zich uit in cultuur, religie en levensbeschouwing,

het rechtsleven, dat zich uit in de rechtspraak en democratie,

het economische leven.

Er is sprake van vrijheid in het geestesleven, gelijkheid in het rechtsleven en er zou sprake moeten zijn van broederschap in het economische leven. De eerste twee categorieën – vrijheid in het geestesleven en gelijkheid in het rechtsleven – zijn in Europa tot op zekere hoogte bereikt. De broederschap in het economische leven is slechts in beperkte mate gerealiseerd. Een voorbeeld is de arbeidsdeling in de huidige maatschappij en de sociale voorzieningen, die voortvloeien uit solidariteit met de medemens.

Sinds de komst het Christendom zijn de oude mysteriescholen opgehouden te bestaan, omdat de geestelijke wereld een verdere individualisering van de mens inzette

Zoals ik al getracht heb aan te geven, is de mensheid door verschillende fasen van ontwikkeling gegaan en zal nog in de toekomst door een drietal ontwikkelingsfasen gaan voordat de mensheid zijn uiteindelijke ontwikkelingsstadium bereikt. In die voorgaande fasen van ontwikkeling zijn belangrijke waarheden aan de mensen geopenbaard, op een zodanige wijze als in die periode voor de mensen mogelijk was. U kent zeker de Egyptische tijd waarbij de farao’s als leiders en als ingewijden deze waarheden uit de goddelijke wereld ontvingen ten behoeve van het besturen van hun volk. In het algemeen was het ook in de daaropvolgende perioden zo, dat degenen die leiding moesten geven aan stammen of volken ingewijd waren in de goddelijke waarheden die zij in die fasen voor het besturen nodig hadden. Voor dit doel waren er mysteriescholen waar ingewijde priesters en andere ingewijden door ceremoniën, concentratieoefeningen of andere methoden hen toegang verschaften tot de goddelijke wereld, zodat zij konden kennisnemen van de inhoud van die waarheden. Wij kunnen daarbij denken aan de mysteriescholen van Delphi, Eleusis, Efeze en Samothrake. Na de opkomst van het Christendom zijn deze mysteriescholen opgehouden te bestaan, omdat de geestelijke wereld een verdere individuele ontwikkeling van de mens inzette. Het Christendom verschafte daarvoor een nieuwe basis. Verschillende bijzondere figuren markeren de verdergaande verdieping daarin; individuele personen die in een vorig leven al een hogere ontwikkeling hadden doorgemaakt. In Europa kunnen we daarbij denken aan Christian Rosenkreuz, Dante, Jakob Böhme en anderen. Aangezien de individualisering van de mensen enerzijds en de intellectuele ontwikkeling van de mensen anderzijds ook na de Middeleeuwen verder voortgeschreden is, was er behoefte aan een aan deze ontwikkeling aangepaste wijze van kennisname van de bovenzinnelijke wereld. Degene die daar een belangrijke bijdrage aan geleverd heeft is Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie. Hij promoveerde in natuurkunde en filosofie. Hij was iemand die helderziende was en die helderziendheid ook verder ontwikkeld heeft. Ook gaf hij aanwijzingen zodat een ieder de mogelijkheid heeft om die weg naar de geestelijke wereld te gaan en dezelfde vermogens zelfstandig kan ontwikkelen. Er zijn vele aanwijzingen, oefeningen en mediex deo nascimurin Iesu morimur per spiritum sanctum reviviscimus 21 taties gegeven door Rudolf Steiner, die de mens helpen zijn weg te vinden op de manier en op het gebied dat volgens het karma bij hem past. Essentieel is dat de mens vrij is zijn weg te gaan, er is geen leraar, geen goeroe, ieder kan de informatie die hij nodig acht halen door studie van de werken en voordrachten van Rudolf Steiner, maar hij is tot niets verplicht, aangezien de mens zelf in vrijheid zal dienen te beslissen. De mens is een microkosmos, verbonden met de macrokosmos, hetgeen Rudolf Steiner uitdrukt in de spreuk:

Als in de spiegel van de mensenziel

de hele gemeenschap ontstaat,

en als in de gemeenschap leeft

de kracht van ieder individu

dan wordt dit genezend.

Ik heb getracht u in een kort tijdsbestek een overzicht te geven van een aantal belangrijke elementen die in de antroposofie een rol spelen. Uiteraard zijn in de voordrachten en boeken van Rudolf Steiner en andere antroposofische schrijvers nog veel meer onderwerpen beschreven, maar ik heb gedacht in de beschikbare tijd alleen de belangrijkste gegevens aan u te kunnen mededelen. Voor mij persoonlijk is het wereldbeeld en de ontwikkeling van de mensheid en de aarde op deze wijze een begrijpelijk, logisch opgebouwd geheel geworden. Een wereldbeeld – dat was datgene waar ik persoonlijk naar gezocht heb tijdens de periode van mijn achtentwintigste tot mijn dertigste levenslevensjaar. Ik heb in de protestantse kerk en in de katholieke kerk gezocht en sommige Indische geesteswetenschappelijke instellingen niet onbeproefd gelaten, waarbij ik bij deze instellingen niet heb gevonden een op een logische en samenhangende wijze tot stand gekomen wereldbeeld. Voor een nadere kennismaking met de antroposofie verwijs ik naar het boekje Antroposofie, een kennismaking

Dit artikel is afkomstig uit Jaargang: 2009 nummer: 5

 

Terug naar de twintigste eeuw

Toespraak van de heer Henk Masselink

Henk Masselink

De heer Masselink is huisarts en lid van de Orde der Vrijmetselaren onder het Hoofdkapitel der Hoge Graden in Nederland. De Vrijmetselarij werkt anders dan de meeste esoterische groeperingen. Zij kent geen filosofisch systeem, maar werkt wel met metaforen, rituelen en
symbolen. Centrale basisprincipes zijn ‘Mens ken uzelve’ en ‘Op u komt het aan’, waarmee de Vrijmetselaar geplaatst wordt voor zelfonderzoek, en het inzicht dat zelfkennis een (maatschappelijke) verantwoording met zich meebrengt. De Soevereine Prinsen van het Rozekruis (de één na de grootste loge binnen de Vrijmetselarij) houdt zich onder meer bezig met de symboliek van de roos en het kruis. Vanaf de zeventiende eeuw hebben
de leden van de Vrijmetselarij het bouwersambt innerlijk verstaan, en de macht van het scheppende Woord door zich heen laten werken. Bovendien hebben zij door de tijden heen aan hen, die de rozenkruisers waren, een veilige haven en onderkomen geboden. Vanuit zijn levenspraktijk, ook als huisarts, ervaart hij dagelijks de desastreuze gevolgen van het zich vastklampen aan schijnzekerheden in het leven. Wie verantwoordelijkheid neemrt voor zijn eigen leven, neemt daarmee eveneens verantwoording voor de samenleving.


 

De vrijmetselarij heeft zich na het ontstaan van de eerste moderne Engelse Grootloge in 1717 snel uitgebreid naar Europa en vervolgens naar andere werelddelen. In 1754 is een loge onder Nederlands gezag gesticht te St. Eustatius. Pas nadat de Nederlandse Grootloge in 1770 door de Engelse als een zelfstandige maçonnieke grootmacht erkend werd, nam het aantal loges onder haar gezag in de overzeese gebieden snel toe. Uit de beginselverklaring van de Orde der Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden: ‘De vrijmetselaar zoekt op wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt, opdat het ideaal van een allen verbindende broederschap gestalte kan krijgen. Daarbij aanvaardt hij een persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de wereld, die hij ziet als een te voltooien bouwwerk waarvan ieder mens een levende bouwsteen is.’ De Orde der Vrijmetselaren onder het Hoofdkapittel der Hoge Graden in Nederland is in 1803 gesticht, voor hen die het Meesterwoord zoeken en het kruis op zich nemen. De enige weg die daartoe kan leiden is de weg van de alles opofferende liefde, want alleen door deze liefde kan het Meesterwoord worden gevonden. ‘Via Crucis, via Lucis; de weg van het Kruis is de weg naar het Licht.’ Aan het kruis voor degene, die zijn leven richt naar het meesterwoord, ontbloeit in al haar jeugd en frisheid de roos. Voor wie het heilige vuur van de liefde niet kan worden uitgeblust, zal het kruis met de roos nimmer een last zijn, maar altijd een heerlijke steun.

Herinnert u zich nog de olifant Annabel? Het waren hartverscheurende taferelen begin maart van dit jaar, die we zagen bij de pogingen om de 45 jaar oude, 3000 kilo wegende olifant uit de droge gracht van de dierentuin in Emmen te trekken. Ze was erin terecht gekomen na een stoeipartijtje met andere olifanten. Helaas, een spuit moest Annabel uit haar lijden verlossen en de dierentuin verloor haar oudste bewoner. Een dag later stond er een foto in de krant waarop te zien was hoe de overige olifanten de plek des onheils onderzochten. Ze stonden in groepjes van drie of vier. Groeven wat in de grond en plasten. Een ritueel in de natuur. Natuurlijk. In dezelfde krant stond een foto van de bronzen olifant Jumbo van de gelijknamige spellenfabriek. Hij was door vandalen van zijn sokkel getrokken en balanceerde nog in een wankel evenwicht op een poot en een slagtand. Een ander ritueel… van de mens… maar menselijk? Vreemd eigenlijk, want staat de mens dan anders in de natuur ? Gelden voor de mens andere maatstaven? In de NRC van 1 mei (!) van dit jaar lees ik: ‘Hij wordt geen terrorist, maar een eenling genoemd. Maar misschien is de nieuwe terrorist wel de eenling. Deze desperado is bijna altijd een man, een stille, teruggetrokken levende man, die in de afzondering zijn rancune voedt tot het een gewelddadig monster is geworden dat wraak neemt op de wereld die hem vergeten is. Dan is zijn kleine kostbare ogenblik aangebroken’. Een dag later lees ik in dezelfde krant: ‘Er wordt gedaan of het om een natuurverschijnsel ging – je hebt natuurlijk altijd gekken. Niemand die de vraag stelde: als je altijd gekken hebt, waarom gebeurde het de afgelopen Koninginnedag voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis ? Waarom raakt een Nederlandse gek vandaag de dag in de ban van het idee om zijn verlossing te de orde der vrijmetselaren onder het hoofdkapittel der hoge graden 12 pentagram 5/2009 zoeken in een aanslag op het koningshuis, met alleen een Suzuki Swift als wapen ? Vroeger dachten gekken dat ze Napoleon waren…’ of God… Hoever kan de mens verwijderd raken van zijn innerlijke mogelijkheden tot respect en mededogen? Waar blijft cultuur en beschaving, of om met Youp van ’t Heks oudejaarsconference te spreken: ‘Waar is het zo vreselijk misgegaan met ons?’ Maar is het wel zo vreemd dat mensen in onze samenleving de weg kwijt raken? Als huisarts in een dorp ergens tussen Amsterdam en Alkmaar ben ik getuige van de enorme verandering die ons allen overkomt. Ik zal een aantal aspecten benoemen, zonder daarbij volledig te kunnen zijn. De enorme stroom aan beschikbare informatie (denk daarbij aan televisie en internet) kan zonder kennis niet verwerkt worden. Het kan voor een arts best lastig zijn, om mensen ervan te overtuigen dat de door hen in enkele minuten op het internet opgezochte diagnose niet overeenkomt met de werkelijkheid. Jaren van studie zijn er immers niet voor niets. En toch kan het woord van de buurvrouw een grotere impact hebben dan mijn op kennis en ervaring gebaseerde informatie. De spagaat tussen informatie en kennis leidt tot grote verwarring en maakt ons tot een speelbal voor sensatiezoekers. Een ander aspect: de hypocrisie. Een voorbeeld: onze ziektekosten worden betaald door een zorgverzekeraar. De naam zorgverzekeraar suggereert dat men ‘zorg’ heeft voor uw gezondheid. Maar vergeet het maar. Het zijn pure rekenmeesters die met elkaar moeten concurreren. De mens staat niet meer centraal, maar cijfers, codes en geld. En dat alles anoniem en onbereikbaar achter keuzemenu’s van antwoordapparaten. Een derde element. We hebben in onze samenleving nieuwe labels geplaatst om het falen een andere dimensie te geven. Wij zijn daardoor niet meer zelf verantwoordelijk. Kinderen die teveel afgeleid worden en op school en bij de opvoeding te weinig structuur krijgen aangeboden, worden storend druk en krijgen het etiket ADHD opgeplakt. Daar hebben we zelfs een pilletje voor. Volwassenen die moe zijn geworden van de druk en spanning in onze samenleving lijden aan ME en kunnen nooit meer volledig herstellen. Als je dit zo eens op je laat inwerken, dan zou je een lijn kunnen trekken tussen de door ons allen zo geprezen individualiteit naar anonimiteit en isolement. Daartegenover staat wonderlijk genoeg een extreme behoefte aan exhibitionistische manifestaties en bijpassende noodzakelijke voyeuristische interesses. Lang leve big brother. En dat in een samenleving waar het respect voor de drijvende krachten sterk tanende is. Waar gouden handdrukken in schril contrast staan met geleverde prestaties. Wat moet u nu met deze zure, naargeestige sombere bespiegeling? Waarom haal ik u uit de roes van de gezamenlijke reis naar het Wereldhart? Waarom stoor ik u zo wreed in een mooie droom? Ik doe dat omdat er sprake is van een discrepantie. De discrepantie tussen de wereld om ons heen zoals ik die zojuist heb aangeduid, en de noden van de mens die daarin leeft. De mens heeft namelijk wel degelijk behoefte aan houvast, aan menselijke instanties die aanspreekbaar zijn en zich verantwoordelijk opstellen, waar je je zorgen mee kunt delen en waar je hulp kunt krijgen.

Je zou een lijn kunnen trekken van de zo geprezen individualiteit, via anonimiteit naar isolement, met aan de andere kant een grote behoefte aan exhibitionisme en voyeurisme

  Temeer noodzakelijk daar de geestelijke rust, het overzicht en het vertrouwen bij velen verdwenen is. Het missen van perspectief en inhoud leidt tot een uiterst oppervlakkig en leeg bestaan. Met een dun laagje vernis, wat snel kan afbrokkelen. Hoe kan dat zover komen, en hebben we daar dan een antwoord op? Laten we luisteren naar de tekst van de laatste der Rückertliederen, door Gustav Mahler zo prachtig op muziek gezet:

Ich bin der Welt abhanden gekommen,
mit der ich sonst viele Zeit verdorben;
Sie hat so lange nichts von mir vernommen,
sie mag wohl glauben ich sei gestorben!

Es ist mir auch gar nichts daran gelegen,
ob sie mich für gestorben hält.
Ich kann auch gar nichts sagen dagegen,
denn wirklich bin ich gestorben der Welt.

Ich bin gestorben dem Weltgetümmel
und ruh’ in einem stillen Gebiet.
Ich leb’ allein in meinem Himmel,
in meinem Lieben, in meinem Lied.

‘Ik ben gestorven in het aardse gewoel
en rust uit op een stille plek.
Ik leef alleen in mijn hemel.’

Dat kan dus. Ook in onze samenleving anno 2009, kun je je terugtrekken in je eigen anonimiteit. Het vormt mede de samenleving om ons heen waarin wij leven en werken, en waarheen wij straks weer zullen terugkeren. Ook na deze dag. Als vrijmetselaar komen we uit deze basis naar onze loge. Daarvan zijn we ons terdege bewust bij het passeren van de ingang van onze werkplaats waarbij wij het westen, het dagelijks leven, achter ons laten en ons richten op het oosten. Met links het noorden, en rechts het zuiden. Boven ons de sterrenhemel, oneindig hoog. Beneden ons het diepste punt van onze aarde. En in die werkplaats treffen we de zwart-wit geblokte vloer aan. Twee dimensies van ons leven als mens op aarde, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Voordat de vrijmetselaar deze ruimte betreedt, kleedt hij zich met schootsvel en witte handschoenen. En stelt zich in de houding van trouw. De hand op het hart. Hij klopt aan bij de poort en weet dat ‘hij die zoekt zal vinden, hij die bidt zal gegeven worden, en hij die klopt zal worden open gedaan’. Bij het betreden van onze werkplaats geeft de vrijmetselaar het paswoord af aan de Dekker, die de deur van de werkplaats bewaakt. Symbolisch wordt het paswoord door de broeder gegeven om aan te geven, dat hij gerechtigd is aan de werkzaamheden deel te nemen. Maar dieper duidend, om zich er rekenschap van te geven binnen te treden in die andere ruimte, het westen, de samenleving achter zich latend, en zich open te stellen voor het lumineuze. Ik moet u zeggen, dat dit een persoonlijke benadering is van wat vrijmetselarij met ons kan doen. In dit verband is het goed op te merken, dat ik hier op persoonlijke titel spreek. Vrijmetselarij is geen geloof of religie en kent evenmin een leer. We hebben dan ook geen voorgangers.

In de werkplaats, de loge begint de leerling de arbeid aan zichzelf, aan de ruwe steen. Arbeid die nooit zal eindigen

Wel symbolische figuren, zoals de Dekker waar ik zojuist over sprak. Daarbij maakt de vrijmetselaar niet alleen een ontwikkelingsgang door van leerling, naar gezel en naar meester, maar kan hij een vergelijkbaar proces doormaken in de verschillende functies. Belangrijk daarbij is je te realiseren, dat die functies elementen van je eigen persoonlijkheid kunnen illustreren. De broederschap stelt je daarbij in staat je zwakke aspecten te versterken en met de sterke kanten de loge te stimuleren of te leiden. In die werkplaats begint de leerling de arbeid aan zichzelf, aan de ruwe steen. Arbeid die nooit zal eindigen. Daarnaast zal de leerling ook gezel worden en een nieuwe opdracht krijgen. Zijn ruwe steen is immers door hem bewerkt waardoor hij de zo ontstane kubieke steen kan inpassen in de bouw. De symbolische bouw aan de Tempel van koning Salomo. Dat doet hij met zijn medebroeders. Gezamenlijke arbeid. Schouder aan schouder, werkend aan de tempel van de mensheid. En de gezel wordt meester en wordt zich bewust van nieuwe verantwoordelijkheden. Naar zichzelf, naar de medemens en naar het al. In de werkplaats van de loges in Amsterdam bevindt zich een poort in de Oostzijde van de zogenaamde Tempel. Daarboven staat de tekst: ‘des Wetens End’. Daar houdt onze kennis van het leven op. We kunnen erover filosoferen, maar we weten het niet. Daarachter zit een dimensie die voor ons onkenbaar is. Die poort is dan ook hermetisch gesloten. Na gedane geestelijke arbeid gaat de vrijmetselaar weer terug. Terug naar het Westen, onze samenleving om daar te werken. Langs de Dekker die de poort bewaakt, en zien op onze weg terug de tekst ‘Ken zelve’. Is dat dan mogelijk? Het is wel een van onze opdrachten. In dit verband wil ik u meenemen naar zo’n bijeenkomst waarbij de volgende tekst zo passend is: In de avond van het leven wordt het steeds meer helder wat onze werkelijke grote en belangrijke ervaringen waren, zoals in het landschap de lijnen zich duidelijker aftekenen als we er verder vanaf staan. Ons oordeel wordt betrouwbaarder, rechtvaardiger en vooral ook milder. En getemperd wordt de droefheid die voortspruit uit ons besef, dat wij moeten ophouden mens te zijn, juist op het ogenblik waarin wij op het punt staan het te worden. Ik vertelde u zojuist dat in de meestergraad de grote verbanden zichtbaar worden, ook met het al, zodat we kunnen zeggen: ‘dat voor het oog van de hoogst ingewijde niet alleen de mensheid, maar de ganse schepping in een vast verband van een afdalende en opgaande liefdeketen staat. Een keten die alle delen van het universum ineenschakelt en samenbindt en die al het bestaande in een machtige keer, weer heentrekt naar zijn oorsprong’. Je zou toch zeggen dat deze bewustwording genoeg kan zijn voor de vrijmetselaar. Wat is meer dan dit? De vrijmetselaar maakt een ontwikkelingsgang door als leerling, gezel en tenslotte meester. Daarmee zijn alle ingrediënten voor een complete beleving aangereikt. Maar het levert ook zoveel nieuwe thema’s op, die dan weer in aparte onderdelen kunnen worden uitgewerkt. Een daarvan is de de aardse werktuigen kunnen hanteren 15 zogeheten Rozekruisgraad, oftewel de Orde van Vrijmetselaren onder het Hoofdkapittel der Hoge Graden in Nederland. Leden van het Rozekruis, om het voor de herkenbaarheid maar even zo te noemen, zijn in Nederland al actief vanaf het begin van de 18de eeuw. De landelijke organisatie ontstaat een eeuw later. De thema’s die worden uitgewerkt zijn sterk bepaald door de letterlijke betekenis van de woorden kruis en roos. De beleving voert ons tijdens de uitvoering van het rituaal tot de volgende bewustwording:

O kruis, symbool van het diepste lijden dat ooit op aarde werd gedragen,
als antwoord op de laatste vragen kwam u tot ons uit oude tijden.
U wijst een weg naar noord en zuid en strekt u uit van west naar oost.
U wilt mij, zwervend vreemdeling, troosten bij het tastend zoeken naar het Woord.
O zeg mij toch, wat is de macht die in uw binnenste is ontvlamd, wat het mysterie dat u omhult.
Ik speur in u de sterkste kracht die ooit in harten is ontbrand, de wond’re liefde die uit u ontspruit.

Kunnen wij dit als mens voelen? Zijn wij als mens in staat hier iets mee te doen? En hoe dan wel? Zo onder gelijkgestemden wil dat nog wel lukken, maar straks, terug in de wereld? Het is geen eenvoudige zaak. Daarom nog een tekst uit ons rituaal: Wanneer wij door de liefde bezield zijn, dan wordt door haar heilig vuur, dat zengt en reinigt, maar ook nieuw leven schept, de oude mens in ons vernietigd en de nieuwe mens tot leven gewekt; de mens die zich bewust wordt van het ideaal: te worden een mens, van wie een onafgebroken stroom van liefde en levenskracht zal uitgaan, de mens die waar hij komt, licht zal brengen, ook in de diepste duisternis. Als nieuwe bewuste mens, drager van het Licht hebben wij een taak. Een opdracht in onze samenleving, naar onze medemens en naar onszelf. Wij kunnen en mogen ons niet terugtrekken in een zelfgenoegzame weltevredenheid met onszelf of met elkaar. Daar ligt de taak van de mens, en in mijn geval van de vrijmetselaar. Ieder op zijn eigen wijze, ieder met zijn eigen mogelijkheden. Als bewuste mens in de samenleving. Levend in de wereld. In de aanhef vroeg ik u ‘waar is het zo vreselijk mis gegaan met ons?’ Kennen we het antwoord nu ? ‘Ich bin gestorben dem Weltgetümmel und ruh’ in einem stillen Gebiet’. Dat gebeurt als je het contact met de wereld verliest, laat staan het Grote Verband niet meer ziet, en de roep niet meer hoort of niet begrijpt. Moge het besef van het grote verband – of is het verbond? – met het al ons nooit verlaten zodat wij:
Getrouw aan onszelf
de medemens tot steun
en gericht tot de Meester
de aardse werktuigen kunnen hanteren,
zolang het dag is

 

Terug naar de twintigste eeuw

Johannes WitteveenDe Internationale Soefi Beweging is in 1923 opgericht en heeft haar hoofdkwartier in Nederland. Haar doelen zijn: De kennis van eenheid, de godsdienst van liefde en wijsheid te verwezenlijken en te verspreiden, zodat de vooroordelen van geloofsrichtingen en overtuigingen vanzelf zullen wegvallen, het menselijk hart vervuld is van liefde, en alle haat die door onderscheid en verschillen wordt veroorzaakt, kan worden uitgeroeid. Het ontdekken van het Licht en de kracht die in de mens verborgen zijn, het ontdekken van het geheim van iedere godsdienst, van de kracht van de mystiek en de kern van de wijsbegeerte, zonder in te grijpen in bestaande gewoonten en geloofsovertuigingen. Mee te helpen om de twee tegengestelde polen van de wereld – het Oosten en het Westen – dichter tot elkaar te brengen door uitwisseling van gedachten en idealen, opdat de universele broeder- en zustergemeenschap vanzelf kan ontstaan en de mens zijn medemens kan ontmoeten, voorbij de enge grenzen van natie en ras.


Iedere gedachte, ieder woord en iedere daad die natuurlijk,
gezond en liefdevol is, is deugd. Waar deze eigenschappen
ontbreken, daar is zonde.
Hazrat Inayat Khan, Indiase musicus en mysticus
(1882-1927) bracht een nieuwe en moderne versie
van het eeuwenoude soefisme aan de wereld.


Speak to me from within, my Lord.

The ears of thy servant are listening, listening from within my Lord’

Allen zijn wij hier gekomen als zoekers naar de waarheid, die voor ons zo vaak verborgen is. Ik heb u graag dit soefilied laten horen, om u te laten kennismaken met de soefimuziek, want in de soefibeweging is muziek een belangrijk instrument om tot innerlijke beleving te komen. Inayat Khan, die in de vorige eeuw de soefibeweging heeft gesticht, was een groot Indiaas musicus die in India veel lauweren oogstte met zijn muziek. Hij kwam naar het Westen om te voldoen aan de opdracht die zijn geestelijk leraar van hem vroeg: met de harmonie van zijn muziek en de wijsheid van het soefisme die zo ver uiteen liggende werelden van Oost en West bij elkaar te brengen. Inayat Khan heeft de soefiwereld met zijn muziekcultuur volledig doordrongen. Zijn broers waren ook mystieke zangers en binnen de soefiwereld is die ontwikkeling, de ontwikkeling van de muziek als instrument om het hart te openen, steeds voortgegaan. Dit lied is gecomponeerd door mijn vrouw, de woorden zijn van Inayat Khan. Juist de eenvoudige toonzetting inspireert velen en dit thema – ‘Open ons hart’ – is, denk ik, de essentiële toon voor deze dag, waar we ons concentreren op en verbinden met het Wereldhart, dat elk van ons roept. Het soefisme is een zeer oude beweging. De bron van deze mystieke benadering mogen we zoeken in de hermetische wijsheid, en het is deze wijsheid die ons hier vandaag allen samenbrengt. Op verschillende manieren, op verschillende tijdstippen in de wereldgeschiedenis, zijn de theosofen, de antroposofen de vrijmetselaars en de rozenkruisers hun werk innerlijk en uiterlijk begonnen, waarbij zij teruggrepen op die oude basiswijsheid van Hermes. Het soefisme is ook een buitengewoon rijke wereld en ik kan er natuurlijk maar enkele essentiële ideeën van naar voren brengen. Het hart is in onze beleving heel belangrijk, want wanneer we naar deze wereld kijken, een verscheurde, materialistische, rationalistische wereld, dan zijn we het hart maar al te vaak erg verloren. Een verscheurde wereld, zoveel conflicten, zoveel meningsverschillen, zoveel strijd, zoveel pijn worden daardoor veroorzaakt. Een materialistische wereld, steeds meer gericht op het materiële welzijn, steeds meer gericht op het vergaren van geld. En wij hebben dan wel in de westelijke wereld een hoog niveau van welvaart bereikt, maar het lijkt of, hoe hoger dit niveau wordt, hoe minder het de mensen gelukkig maakt. Nu zijn we gevangen in een financiële crisis, gevolg van overmatig streven naar winst. Daardoor dreigt ons financiële systeem en daarmee het hele mechanisme van de marktwerking in elkaar te zakken, daarbij de economie meenemend in haar val. Op zichzelf niets nieuws, een onderdeel van de conjunctuurbeweging die al vele eeuwen gaande is, maar deze neergang is een bijzonder ernstige, en dat geeft ons te denken. * De voordracht van professor H.J. Witteveen ving aan met een lied op muziek uit de soefiwereld: ‘Open ons hart om Uw stem te horen…’ Ons ware wezen is één vonk, een undivided portion, van die ene geest die de hele schepping doordringt en in alles is wat heeft de wereld meer nodig? 25 Dat de motivering ook in het economische leven anders moet worden, is onomstotelijk duidelijk geworden. Deze crisis is ook een gelegenheid om de grote problemen die onze snelle materiële groei oproept, nader te bekijken en daarmee beter te leren omgaan. En het is een rationalistische maatschappij: wij zijn sterk bezig met onze ratio. Deze heeft zich ook zo geweldig ontwikkeld, en wetenschap en techniek, op een wijze die nog kortgeleden mensen zich niet hadden kunnen voorstellen, lijken het mogelijk te maken de schepping te doorzien. Allerlei soorten technologie, apparaten en machines beloven het leven wat gemakkelijker te maken. Maar die ratio waar we zo veel mee hebben bereikt, kan juist het probleem van die verscheurdheid niet oplossen. En kan de onvrede die blijft bestaan wanneer we alleen of te veel ons op het materiële richten niet oplossen. Daarom zien we dat in onze maatschappij, die toch zoveel biedt, een steeds groter onbehagen ontstaat. Het is daarom, dat de mensen zich afvragen: ‘Er moet toch meer zijn dan dit?’ Een onbehagen vertaalt zich in een gevoelen, een verlangen naar iets hogers ontstaat, een ideaal. En dat verlangen brengt ons hier bijeen, houdt ons tezamen in onze verschillende organisaties, een verlangen dat wij ook universeel willen ondersteunen, in de wereld om ons heen, in de verschillende benaderingen die we daarvoor hebben ontwikkeld. Waar gaat het om? Hoe kunnen wij uit dat materiële bestaan omhoog reiken naar een hemelse wereld? Moeten wij onszelf onderzoeken? Dat is immers altijd het motto van de vrijmetselarij geweest. Die oude spreuk van de Grieken: ‘Ken u zelf, gnoti seauton’ . Wanneer we onszelf bekijken dan zien we vanzelfsprekend wat we allemaal zijn en weten: we zien dat fantastische lichaam waarmee we zoveel kunnen beleven en doen, we zien die wereld van onze gedachten en onze gevoelens waarmee we steeds bezig zijn. En tegelijk zien we, staan we in relatie met een wereld die voortdurend verandert. Steeds komen er in ons bewustzijn andere gedachten op, krijgen we andere indrukken, beleven we andere dingen. Andere gevoelens ontstaan en groeien in ons, een wereld in ons hart en in ons denken. Maar het is een wereld die voortdurend verandert, terwijl wij zoeken naar iets dat blijft en dat eeuwig is. Waar is dat dan te vinden? Het is te vinden wanneer wij dat bewustzijn leren doorzien, dat bewustzijn waarin al die beelden weerspiegelen als in een spiegel. Iets is daar zolang onze aandacht erop is gericht, komt er iets anders voor die spiegel, dan is daar weer iets anders. Maar dat bewustzijn zelf, wat is dat? Daar zit het mysterie. Dat bewustzijn, zo wordt het door de Soefi ’s gezien, en op buitgewoon diepzinnige wijze door Inyat Khan beschreven, ons bewustzijn is de werkelijkheid. Een deeltje – hij noemt het een undivided portion – van het aldoordringende bewustzijn dat de hele schepping doortrekt. Een deeltje waarin die ene mens met al zijn kwaliteiten weerspiegeld wordt, zodat dat deeltje bewustzijn zich een afzonderlijk mens voelt met al zijn eigen gedachten en gevoelens, maar toch is het ‘undivided’, onverdeeld, want het is niet afgescheiden. Het is één uitstraling van dat ene bewustzijn, één vonk van die ene geest, die de hele schepping door

De zevende vlam is voor al diegenen die het Licht hebben hooggehouden in de duisternis van de menselijke onwetendheid dringt, in alles is, ons ware wezen is.

Het gaat er in het leven om dat ware wezen te leren kennen, daarvan bewust te worden, zodat we tot Godsbewustzijn komen. Daar ligt een hele andere wereld, het gaat erom met die andere wereld in contact te komen. Daarvoor dienen we onze aandacht af te wenden van die hele uiterlijke wereld, met al die gedachten en gevoelens die daarmee samenhangen, om naar binnen te keren, in stilte te treden – daar is vandaag al eerder over gesproken – in werkelijke stilte, in openheid, te worden als een lege beker. Want als die beker van ons bewustzijn leeg is, kan die worden gevuld met dat onnoembare goddelijke, dat Licht en leven en liefde is, en worden wij bewust van wie wij zijn. En dan straalt dat van ons uit. En aangezien het onze taak is om in deze schepping werkzaam te zijn, iets te scheppen, is het goed in te zien dat die schepping pas werkelijk zinvol en waardevol wordt wanneer die voortkomt uit de inspiratie van dat innerlijke licht. Die inkeer, dat is de weg van de mystici die er in alle religies zijn geweest. Zij hebben geprobeerd iets van wat ze daar beleefden tot uitdrukking te brengen, maar dat is buitengewoon moeilijk. Want die goddelijke beleving gaat ons denken en onze woorden te boven. Je kunt ernaar reiken, je kunt het suggereren, je kunt het oproepen, maar de realiteit is die van een andere dimensie. Daarom hebben deze mystici, ingewijden, er op verschillende manieren over gesproken, vaak ook in gedichten. Soefi dichters als Roemi, Afis en Sali worden nog steeds gelezen, omdat ze in hun gedichten vaak op symbolische manier de goddelijke liefde opriepen. Dat is een heel belangrijk aspect. Als we eenmaal een glimp hebben kunnen opvangen van die goddelijke wereld, dan wordt het heel belangrijk voor ons om onszelf met een diepe liefde tot dat mysterieuze goddelijke wezen toe te keren. Dat is wel erg mysterieus, moeten we dat zo maar aannemen? Alle verlichte geesten hebben over die werkelijkheid gesproken en het bijzondere van deze tijd is, dat de natuurwetenschap daar ook aan raakt. Want die heeft ons laten zien dat in die hele schepping, in elk atoom, een kwantumvacuüm bestaat, waar men eerst dacht: ‘dat is niets, dat is leeg, daarvan kunnen we niets waarnemen’. Nu heeft men gevonden dat die zogenaamde leegte vol is met energie. Een energie die scheppend is, die maakt dat die kleine deeltjes van de atomen, die in het niet-bestaan verdwijnen, telkens weer tevoorschijn komen en opnieuw teloorgaan, een energie van eeuwigdurende wederkeer, leven. Om die innerlijke stilte, die stem te horen – dat kan iedereen, als het verlangen wakker wordt. Maar gemakkelijk is het niet, want die gedacht heeft de wereld meer nodig? 27 ten en gevoelens gaan altijd door. Steeds meer en meer leren we die tot rust te brengen. Er zijn in de mystieke tradities oefeningen voor gegeven, concentratie- en ademhalingsoefeningen, om die altijd bewegende gedachten en gevoelens tot rust te brengen, zodat we die openheid kunnen bereiken. We kunnen momenten van inspiratie krijgen. Om die te verdiepen, dienen we ons ook los te maken van die identificatie met ons uiterlijke wezen, onze eigenschappen, onze problemen, onze doeleinden, de persoonlijkheid waarin we helemaal leven, en ons opgebouwde geheugen, daarmee vereenzelvigen we ons meestal, we denken: ‘dat zijn wij’ en we leren inzien dat dat niet ons ware wezen is. Dat is (slechts) wat we hebben beleefd, wat we hebben opgebouwd. Het ware wezen is te vinden in die innerlijke stilte. En het is een proces van zelfontwikkeling, van zelfontdekking, om telkens weer over die identificaties, dat ego, heen te komen. Daarom geeft de soefibeweging in een innerlijke school training voor diegenen die het verlangen hebben om die weg te gaan. En dan is het heel belangrijk dat de soefibeweging deze eenheid die door de hele geschiedenis van de mensheid speelt, die ene goddelijke stem, ook weer in deze tijd ten gehore brengt, zoals die door alle grote religies spreekt. Daarvoor geven wij een universele eredienst. Het soefisme kwam voort uit de wereld van de islam; Inyat Khan heeft daaraan een universeel karakter gegeven. In die universele eredienst ontsteken wij voor de zes grote religies een kaars, die wordt aangestoken aan het goddelijk Licht. Hetzelfde Licht schijnt door al die kaarsen, al die religies, een Heilig Boek van al die religies, er wordt een passage gelezen over een bepaald onderwerp, zodat ze allen met hun eigen woorden spreken en we daar toch die ene goddelijke stem doorheen horen. En dan is er een zevende kaars, voor al degenen, bekend of onbekend aan de wereld, die het Licht van de waarheid hebben hoog gehouden in de duisternis van de menselijke onwetendheid. Zo worden alle manieren om de mensen die de ene waarheid, hoe ook genoemd, zoeken, bij elkaar gebracht. En er komt een stroom van inspiratie doorheen. Wat heeft deze wereld – waar mede door onze techniek al die religies zo nauw met elkaar in contact zijn gebracht, maar elkaar vaak zo weinig begrijpen en zelfs zo bestrijden – wat heeft deze wereld meer nodig dan dat? Dat wilde ik u aan het slot van deze voordracht graag voorleggen.

O gij, die de volmaaktheid zijt van liefde,
harmonie en schoonheid, heer van hemel en
aarde, open ons hart opdat wij uw stem
mogen horen die voortdurend van binnenuit
komt. Ontsluit ons uw goddelijk Licht dat in
onze ziel is verborgen, opdat wij het leven
beter mogen kennen en begrijpen.
Allergenadigste en barmhartige God, schenk
ons uw grote goedheid, leer ons uw liefdevol
vergeven, hef ons op boven alle onderscheid
en verschil dat de mensen verdeelt, zend ons
de vrede van uw goddelijke geest en verenig
ons allen in uw volmaakte wezen. Amen

Hazrat Inayat Khan

 Dit artikel is afkomstig uit Pentagram

 

Terug naar de twintigste eeuw